O'Brien, Edna, 2020

Edna O’Brien schreef ‘Meisje’ met groot inlevingsvermogen

De Ierse schrijfster Edna O’Brien (1930) heeft meer dan twintig boeken op haar naam staan. Ze publiceerde bij uitgeverij De Bezige Bij ‘Meisje’, vertaling Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp. ‘Ooit was ik een meisje, maar nu niet meer. Ik stink. Zit onder het opgedroogde , aangekoekte bloed, mijn wrapper aan flarden gescheurd. Vanbinnen ben ik een zomp. Meegesleurd werd ik door dit bos dat ik zag, die eerste afschuwelijke nacht, toen ik met mijn vriendinnen werd ontvoerd van school.’ Aan het woord is Maryam, een van de schoolmeisjes die gepakt worden door de jihadisten van Boko Haram. Die zijn uit op cement en brandstof en ze vragen de meisjes waar de opslagruimtes zijn. Dat wisten ze niet en toen werden ze woedend.  ‘Ze konden niet met lege handen terugkomen, hun commandant zou woest zijn. Toen zei er eentje met een grijns boven het rumoer uit: ‘Dan maar de meisjes,’ en we hoorden een bevel om meer vrachtwagens te laten aanrukken.’ Ze rijden de dichte jungle binnen, ‘een hechtwerk van verschillende bomen ontvangt ons in zijn onzalige omhelzing.’ Toch verloren ze de moed niet. Er zou door onze ouders naar ons gezocht worden. We gooiden allerlei dingen naar buiten, zodat ze ons spoor kunnen volgen.’ Ze komen aan bij een kamp middenin het bos, met rollen prikkeldraad afgezet. Het middenterrein wordt gedomineerd door een grote boom. Dat wordt hun toekomstig klaslokaal. Ze zullen er vijf keer per dag knielen en bidden. Ik ben bij mijn vriendinnen denkt Maryam nog, zo erg zal het niet worden. Maar dan wordt er een tafel naar buiten gereden en worden de meisjes door meerdere mannen verkracht. Maryam is als derde aan de beurt: ‘Het voelde alsof ik werd gestoken en nog eens gestoken en toen klonk er woest geschreeuw nadat hij bij me binnen was gedrongen. Ik nam afscheid van mijn ouders en iedereen die ik kende.’ Maryam wordt uitgehuwelijkt aan een van de jihadisten en krijgt een meisje. De mannen zijn woedend, het had een jongen moeten zijn, een toekomstig strijder. Vriendin Buki, de baby Babby en zij vluchten. Ze dwalen door de bossen en proberen te overleven. Na de zware mars ontdekken ze een hut. Maar er was niemand en ze hadden honger: ‘Huil maar. Huil maar. Huil maar. Er is hier niemand, er is geen thuis, er is geen moeder. Alle moeders zijn dood.’ Ze trekken verder en na een helse tocht waarin Buki sterft en Maryam haar baby achterlaat, die ze later weer terugkrijgt, ziet ze haar moeder. Is ze blij en is er vreugde onder de moeders die uitgenodigd worden? Ze snakten naar nieuws over hun eigen dochters, maar hoe zou Maryam de waarheid kunnen vertellen? Nadat iemand geklikt had wordt de familie en het dorp bang. ‘De jihadi’s zouden komen, niet alleen voor haar, maar voor haar hele familie en het complete dorp. Ze moest vertrekken.’ Maryam werd gedwongen Babbi af te staan, omdat het duister in het kind zou huizen. Zou ze haar ooit terugzien? Met veel inlevingsvermogen en overtuigingskracht  heeft O‘ Brien ‘Meisje’ gestalte gegeven. Ze droeg het boek op aan de moeders en dochters van Noordoost-Nigeria.
Ellen de Jong 2020