Zeh, Juli, 2020

Juli Zehs indringende roman over de gevolgen van een kindertrauma


Van de Duitse schrijfster Juli Zeh (1974) verscheen, na romans als ‘Speeldrift’ en ‘Adelaars en Engelen’: ‘Nieuwjaar’. Uitgave Ambo|Anthos. Vertaling Annemarie Vlaming. Zeh opent met de zinnen: ‘Zijn benen doen pijn. Aan de achterkant, waar zich spieren bevinden waar je zelden een beroep op doet en waarvan hij niet meer weet hoe ze heten. Iedere keer dat hij trapt stoten zijn tenen tegen de voering van zijn sportschoenen, die voor hardlopen en niet voor fietsen zijn gemaakt […].’ Theresa en Henning zijn moeder en vader van twee jonge kinderen. Al snel lees je dat Henning, halverwege de dertig, tijdens een fietstocht op Lanzarote - waar hij een huis heeft gehuurd voor de vakantie - problemen heeft. ‘Afgezien van hemzelf zijn er weinig andere fietsers op pad. Om precies te zijn: Henning heeft er nog geen een gezien. Misschien houdt de wind hen binnen. Of ze slapen hun roes uit. Mannen die geen kinderen hebben. Of het beter voor elkaar hebben.’ Zijn huwelijk is niet je dat. Theresa regelt het meeste en maakt overal het beste van. Henning vindt alles te veel, zijn huwelijk en de opvoeding van zijn kinderen, temeer daar hij wordt lastiggevallen door ‘HET’: demonen die hem kwellen. Hij vecht er vergeefs tegen. Tijdens zijn fietstocht naar de top van de berg overvalt ‘HET’ hem weer: hij krijgt last van hartritmestoornissen, een dichtgesnoerde keel, buikpijn en jeuk: ‘Hij is alleen, opgesloten in zijn persoonlijke vagevuur.’ Hij wil aan zijn conditie werken vandaar dat hij een fiets huurt. Het is Nieuwjaarsdag en het is warm. Het Oudejaarsfeest is voorbij. Theresa danste uitdagend met een flirtende Fransman. Tijdens het fietsen overdenkt hij dat hij niets voelde, ‘geen jaloezie, geen ergernis, alsof er iets in hem was gestorven.’ ‘HET’ gaat zich ook weer roeren, maar hij moet door, al heeft hij overal pijn en ook honger en dorst.’ Hij haalt het hoogste punt, maar niet nadat zoveel verschillende herinneringen zijn boven gekomen. Over zijn verleden, zijn huwelijk en zijn kinderen. Uitgeput herkent hij ineens aan het einde van de weg een groot huis. Op een muur ervan een verzameling spinnen. ‘Er wordt iets wakker vanbinnen, vanuit diepten waar hij niet bij kan!’ Lisa, de vrouw die er woont geeft hem te eten en te drinken en vertelt hem wanneer ze het huis heeft gekocht. Ze lopen over het terrein en komen langs een onderaardse opslagplaats voor regenwater. Hij krijgt de rillingen en al helemaal als hij in het atelier beschilderde stenen herkent. Hij weet dat hij eerder in het huis is geweest, samen met zijn ouders en tweejarige zusje Luna. Zeh vertelt vervolgens in een stijl vol spanning hoe de toen vijfjarige Henning na een ruzie van zijn ouders ontdekt dat die weg zijn en hij alleen is met Luna. Angstaanjagende passages volgen. Zeh beschrijft de gevoelens van de verlaten kinderen zo beklemmend en invoelend dat je hoopt dat de ouders maar snel mogen terugkomen. Maar dat zou te voor de hand liggend zijn, Zeh kiest dan ook een andere weg. Een indringende en meeslepende roman over de gevolgen van een kindertrauma.
Ellen de Jong   2020