Koch, Herman, 2020

Herman Koch gaat terug naar de bossen in 'Finse dagen'

Van Herman Koch, bekend van onder meer ‘Het diner’ en ‘Zomerhuis met zwembad’ verscheen recent ‘Finse dagen’. Uitgave Ambo|Anthos. Koch vertrekt als negentienjarige jongen in 1973 naar de Finse bossen ‘om alleen te zijn.’ Hij wilde onder de dwang van zijn vader af die wenste dat hij na zijn net gehaalde eindexamen ging studeren. Om van het gezeur af te zijn vertrekt hij. Eenmaal daar denkt hij: ‘Als zijn vader later zou vragen of ik inmiddels wat ik met mijn leven wil gaan doen, zou ik hem antwoorden: ‘Hier voor altijd tussen de bomen in de sneeuw blijven staan. […] ik wist het eigenlijk wel, schrijver worden, maar dat is niet het antwoord dat vaders graag willen horen.’
 In zijn roman zoekt Koch naar zijn eigen herinneringen maar wát hij zich herinnert is vaag. Als hij in Finland de lieflijke Anna ontmoet valt op dat hij dan alle registers opentrekt: ‘Op het eerste gezicht, zeggen de mensen soms. Het was liefde op het eerste gezicht. Ook hoor je vaak woorden als flits of bliksemschicht. Maar dit was iets anders. Terwijl we elkaar aankeken, in elkaars ogen keken, voelde ik een ronde steen - een door miljoenen jaren stromend water rond geslepen steen, zoals je die aantreft in rivierbeddingen of aan de kust - van ergens achter in mijn keel naar beneden vallen waarna hij met een heldere plons onder in mijn maag belandde.’ Toch krijgt zijn Finse verblijf evenals zijn tijd in Amsterdam - waarin liefdes geen naam hebben (ships that pass in the night), ongelukken met motorfietsen, een aanranding door een homo - ook kleur, al blijft het hier en daar vaag. Maar als je terugkijkt vind ik de Finse dagen het intiemst. Het verhaal van het skiweekend. Het werk op het land: ‘Soms vertrok ik vroeg in de ochtend met een in aluminiumfolie verpakte donkerbruine dubbele boterham met kaas en een thermoskan koffie naar een van die kilometers verderop gelegen akkers om pas kort voor het donker op de boerderij terug te keren. In de tussentijd beleefde ik momenten die tot de gelukkigste van mijn leven behoren.’ In Amsterdam had zijn vader zijn moeder ingeruild voor zijn een oudere vriendin, die later overleed. Hij noemt haar de weduwe en ze is al vanaf zijn dertiende jaar in zijn leven: ‘Ben ik, de onwetende, voor de volle honderd procent in zijn ouders gelovende zoon, er getuige van geweest hoe hij zijn lieve, in inkt gefluisterde woordjes naar een andere vrouw dan mijn moeder verzond?’ Ook zijn vader en zijn moeder overleden later en de weduwe. Koch ging veertig jaar later nog terug naar Finland en ziet een dichtbundel van hemzelf liggen…en hij ging reizen met vrienden. Hij kreeg zoon Pablo: ‘Ik dacht niet langer meer uitsluitend aan mezelf, waar het zaken van leven en dood betrof. Nooit meer zou ik op een verlaten landweg een koplamp uitdoen.’ Tot slot gebruikt Koch als schrijver Anna in een boek en vertelt: ‘In dit hele boek, ‘Finse dagen’ heb ik niet alleen de feiten gevolgd, maar er ook fictie van gemaakt op plekken waar me dat beter uitkwam. […] Jij en ik zijn de enigen die weten wat ik heb toegevoegd en wat ik heb weggelaten.’
Ellen de Jong    2020