Helle Helle 2020

Helle Helle in ‘Zij’: een waaier van emoties

‘Zij’, is van de hand van een van de grootste schrijvers van Denemarken: Helle Helle. Uitgave Querido, vertaling Kor de Vries.  Zij is een zestienjarig meisje dat met haar eenenveertigjarige moeder samenwoont. Ze betrekken iedere keer een andere woning in een Deens stadje. Haar moeder werkt in een winkel met kleding en accessoires. Op 3 april zegt haar moeder: ‘Ik heb vast een steen ingeslikt.’ Ze blijkt ongeneeslijk ziek te zijn. Over dat proces schrijft Helle Helle niet uitgebreid. Dat is haar stijl. In korte, afgemeten zinnen komt een en ander bij de lezer echter wel binnen. Ze staat ook te boek als een schrijfster van verstild, onderkoeld proza. ‘Ze lachen tot ze ervan moeten huilen.’ De moeder en de dochter hebben een innige band. Ze maken het thuis gezellig, koken samen en lachen veel. Zij neemt haar moeder mee naar een avondcursus ‘leven en levensfilosofie’ die zo somber is dat ze het bij één avond laten zitten. ‘Ik weet ook niet of het echt iets voor ons was’, zegt haar moeder als ze het plein oversteken, de motregen hangt onder de lantaarnpalen, een auto rijdt weg, en dan nog een, en de stad is weer stil.’
‘Oktober duurt lang omdat ze op antwoord wachten van het ziekenhuis, en omdat ze zoveel huiswerk heeft. Vrijwel elke dag na school ligt ze op de bank en probeert zich ertoe te zetten. […] In de avond vechten ze om de weekkrant [..] Ze wil om de eettafel rennen, maar die staat nu tegen de muur, eergisteren verplaatsten ze die. Haar moeder pakt de krant van haar af, ze blijven maar lachen, komen langzaam weer op adem. Zij gaat met haar huiswerk bij de radiator zitten. De oostenwind staat er pal op.’ De verpleegster zegt dat ze haar moeders ziekte kunnen verlichten, maar niet genezen. Helle Helle beschrijft ook het leven van de dochter op school. Samen met vriendinnen maken ze veel lol en met een paar vrienden zoent ze. Nergens legt Helle Helle het er te dik op. Maar de hoofdzaak is het leven van hen samen: van zij en haar. Op de een en laatste bladzijde zit ‘moeder thuis in de leunstoel, in een nette blouse en met rouge op. De salontafel is gedekt met tafelkleed, koekjes en vrijdagstaart. Ze eten van de servetjes. Ze luisteren naar de radio en kijken naar oude briefjes en tekeningen die haar moeder in de map met papieren tegenkomt. Zij biedt aan voor het eten te zorgen, ze kan van alles maken. Maar haar moeder zit zo vol van de taart, ze moet niet aan eten denken. Ze zitten een poosje in stilte. Dan zegt haar moeder: ‘Maar morgen zou een bloemkoolgratin heerlijk zijn.’ ‘Die maak ik’, zegt zij, meteen bezig een boodschappenlijstje te maken.’ In een interview zegt Helle Helle: ‘Mijn boek eindigt ongeveer op hetzelfde punt als waar het begint. Op die manier hoop ik de moeder in leven te houden. Door de vorm van het verhaal gaat zij, die onmiskenbaar stervende is, niet dood. De moeder wordt geen herinnering.’ Helle Helle heeft geen plot, wèl een waaier van emoties, die nergens tot sentimentaliteit leidt.
Ellen de Jong   2020