Ridker, Andrew, 2020

Een scherp geschreven roman over duistere familiebanden


In ‘De weldoeners’ van de Amerikaanse schrijver Andrew Ridker (1991) uitgave Ambo|Anthos, vertaling Jan de Nijs, gaat het om vader Arthur Alter, moeder Francine, zoon Ethan en dochter Maggi. Arthur is docent aan een middelmatige universiteit in St. Louis. Hij was geen goede vader en evenmin een goede echtgenoot. Hij wordt onverwacht ontslagen op de universiteit en een project dat hij opzet in Zimbabwe loopt in de soep. Als Francine, die een bloeiende praktijk als psychotherapeut heeft overlijdt, laat ze haar geld aan haar kinderen na, daar Arthur haar bedroog met Ulrike, een Duitse vriendin. Hij heeft nooit goed contact gehad met Ethan die homo is en met Maggi die een leven, waarin geld geen rol speelt, het belangrijkste vindt. Ze deed ‘verwoede pogingen om de laagst- betaalde stageplaatsen bij non-profitorganisaties te vinden.’ Ze nam een baan aan bij een familie waarbij zij de academische vorming van de twee zoons moest begeleiden. Bij hun eerste kennismaking stompte een van de twee jongens haar in haar maag. Toch nam ze de baan aan. ‘Ik ga nog liever dood dan dat ik een overbodig leven leid.’ Ook Arthur vindt zichzelf altruïstisch als hij een project opzet om in Zimbabwe goede sanitaire voorzieningen te realiseren, dat echter desastreus afloopt. Ethan is een einzelgänger en na een avontuur met een student waarbij hij als rijkeluis jongen in zijn gezicht wordt geslagen trekt hij zich nog verder terug. Ook hij zou graag voor zijn medemens klaarstaan. ‘Op zijn eenendertigste, met zijn jaren als twintiger officieel achter de rug, was hij alleen. Dat was een afschuwelijk besef dat elke morgen opnieuw tot hem door leek te dringen.’Op een dag krijgen Maggie en hij een brief van hun vader. Hij schreef dat hij hen graag wilde zien: ‘Belangrijk om familie te zien, herinneringen op te halen, etc.[…] Hij had niet genoeg aandacht aan hen besteed. Hij had geen toegang tot hun hart. Maar hij had hen nodig.’ Onder het mom van verzoening nodigt hij hen uit. De brief bracht Ethan van zijn stuk, ‘voor hem waren thuis en vernedering onlosmakelijk met elkaar verbonden. Na het lezen van het berichtje van zijn vader was zijn systeem verstoord. Het zorgde ervoor dat schaamtevolle herinneringen zich ontrolden als de losgekomen tape van een oud cassettebandje. Hier was er één van: Ethan, vijftien jaar oud, zat zenuwachtig aan de eettafel, alsof het een hoorzitting van de Senaat betrof. Hij schraapte zijn keel en zei dat hij biseksueel was – niet homoseksueel; dat leek hem veiliger, zoal je eerst voorzichtig één voet in ijskoud water laat zakken – waarop zijn vader begon te snuiven.’ ‘Arthur!’ riep Francine, maar het kwaad was al geschied. Ondanks alles had het ook iets opwindends een brief van zijn vader te krijgen. Maar was het niet te laat? Ook Maggie is verbaasd een brief van haar vader te krijgen, toch besluiten ze te gaan. Hoe zal een en ander aflopen? Een scherp geschreven roman over duistere familiebanden.
Ellen de Jong    2019