Loontjes, Jannah, 2019

‘Ik zal wandelen waar zij wandelde’

Auteur en filosoof Jannah Loontjes (1974) publiceerde onder meer ‘Wie weet’. In ‘Als het over liefde gaat’ uitgave Podium, beschrijft ze een voettocht in Umbrië van Perugia naar Spoleto. Ze heeft een intense bewondering voor schrijfster Frida Vogels die in haar werk vaak haar eigen handelen en denken beschrijft. Frida heeft een relatie met Enzo en in 1968 maakten zij samen de tocht door Umbrië. Hun verhouding staat vaak op scherp. Jannah wil niets liever dan de tocht nalopen met haar geliefde man Jamal, tevens schrijver. Jannah wenst de wandeling net zo onvoorbereid te beginnen als Vogels dat had gedaan: ‘Ze probeerde paden die niet op de kaart stonden en soms in dicht kreupelhout of tegen een onbeklimbare helling doodliepen, dan probeerde ze het een volgende keer anders, tot de wandeling een succes werd […].’ Jannah en Jamal ontdekken dat er heel wat wandelpaden grote wegen zijn geworden. Daar had Jamal Jannah al voor gewaarschuwd. Maar ze bleef volhouden: ‘Ik zal wandelen waar zij wandelde.’ Toen Jannah achtendertig was zocht ze contact met de tweeëntachtigjarige Vogels. Ze schreef haar een brief: ’Ik lees uw werk als een nauwkeurig onderzoek naar de integriteit van gedachten en handelingen en het zoeken naar een balans daarin. […] ik krijg energie van het lezen van uw werk, het inspireert me, maar het kalmeert me ook, de opmerkzaamheid in uw schrijven maakt me rustig.’ […]Bij mij is ‘het verlangen ontstaan u te bezoeken.’ Als Vogels daar niet voor voelde, zou ze graag een uitgetekende route ontvangen die ze zou kunnen wandelen. ‘Ergens in Italië waar u graag kwam of komt.’ Vogels voelde niets voor een bezoek, maar stuurde wel ‘kopieën van aantekeningen van een wandeling die zie ze zelf in 1968 maakte.’ Een wandeling van tien dagen van dorp naar dorp door Umbrië. Tijdens de tocht hebben Jannah en Jamal ook de nodige onenigheden. Ze vraagt zich af of ze de wandeling alleen gemaakt zou hebben: ‘Ja, beslist. Maar later toch ook weer niet, ‘alleen was ik misschien bang geworden. Zolang we met z’n tweeën zijn komt het goed.’ Tussen de mooie natuurbeschrijvingen van de tocht denkt ze aan haar twee kinderen en haar vrijgevochten jeugd, als kind van gescheiden ouders. En ze vraagt zich regelmatig af wat haar hier gebracht heeft als ze zich onrustig voelt en naar geborgenheid verlangt. De tocht voert Jannah en Jamal langs steeds andere wegen dan die van Vogels.  Het paar vertrekt eerder dan gepland. Terug in haar huis in Amsterdam concludeert ze: ‘Eigenlijk beschrijft deze reis vooral de mislukking van mijn poging om Frida Vogels te zijn. Zij was aarzelend en beheerst, eigenschappen die ik in het lopen en schrijven heb nagestreefd, terwijl ik, zoals Jamal allang doorhad, in feite nogal ongeremd ben. Frida’s korset past mijn levenswandel niet, ik ben er te onbesuisd voor.’ Ze pakt haar telefoon en stuurt Jamal een berichtje: ‘I miss you already.’ Een onderhoudend, licht geschreven, verslag van een bedevaart reis.

Ellen de Jong 2019