Groult, Benoîte, 2019

Een puntgaaf dagboek

Blandine de Caunes, de oudste dochter van de Franse schrijfster Benoîte Groult (1920-2016), die beroemd werd door de roman ‘Zout op mijn huid’, stelde haar moeders ‘Iers dagboek’ samen (Herinneringen aan liefdevolle jaren 1977-2003), dat met foto’s postuum verscheen. Uitgave Meulenhoff. Vertaling en verantwoording Nele Ysebaert. In het voorwoord schrijft Blandine dat haar moeder en vader Paul Guimard hun hart aan Ierland verpand hadden. Ze lieten er in graafschap Kerry een huis bouwen. Ze brachten er vanaf 1977 zesentwintig zomers door en waren beiden verslingerd aan vissen. Benoîte was een vrouw van aanpakken, ze deed alles zelf: timmeren, tuinieren, koken en schoonmaken. Verder schreef ze onder meer romans en artikelen. En dan de visserij natuurlijk. ‘Al heb ik de schijn tegen’, schreef ze, ‘ik ben geen vrouw van plichten maar van genoegens. […] En tot slot, schrijft Blandine, ‘ging ze vooral voor de liefde: voor Paul uiteraard, maar ook voor Kurt, haar Amerikaanse minnaar […].’ Hun huis stond altijd open voor haar gezin, familie en vrienden. Benoîte schrijft in haar dagboek dat ze vroeg opstaan om te gaan vissen. Ze vangt allerlei soorten vissen als zeepalingen, schollen, oesters en platvissen. Na de vangst snijdt ze de vissen in stukken, pekelt een gedeelte ervan, en de rest is voor hun lunch en diner. Paul en zij doen zich er te goed aan, met een glas wodka erbij, gevolgd door whisky en wijn. Drinken doen ze graag, vooral Paul, helaas weet die geen maat te houden, wat hem als hij ouder wordt opbreekt… Al is het slecht weer en dat is het meestal, gaan ze er toch op uit, dag na dag. Wat Benoîte vooral ook jong houdt is, behalve het runnen van het huishouden en het dagelijkse zware vissen, de liefde. Ze ontmoet de Amerikaanse piloot Kurt die haar minnaar wordt. (Hij stond model voor een van de personages uit ’Zout op mijn huid.’). Ze voelt ‘een soort verliefde blijdschap, die op niets lijkt wat ik heb gekend.’ Het wordt een driehoeksverhouding die Paul gelaten accepteert. Hij zelf echter, had jarenlang een verhouding, waar Benoîte erg onder leed. Toch wil ze niet scheiden hoezeer Kurt en zij ook van elkaar houden: Ze voelt zich door hem begeerd en bewonderd en ze is: ‘Verliefd op de liefde die Kurt me toedraagt en op het lichaam dat hij me laat hebben.’ Later schrijft ze dat hij er niet meer uitziet en: ‘Voor een minnaar is dat funest.’ Naarmate de tijd verstrijkt schrijft ze over de ouderdom en constateert dat ze nu twee oude mannen heeft. En dat ze zelf lelijk is geworden. Terwijl Paul steeds meer achteruit gaat en zij alles alleen moet doen, is haar levenslust, ze is inmiddels dik in de zeventig, niet te temmen. ‘Door welke listen lukt het nog de schoonheid van de wereld te ervaren, gelukkig te zijn dat ik schrijf, iedere ochtend blij te zijn dat ik opsta?’ aldus haar slotregels. Een puntgaaf dagboek geschreven door een op en top daadkrachtige vrouw, die van Ierland hield en de eeuwige ‘drizzle’ voor lief nam, en een ‘oogverblindende dageraad’ aanbad.

Ellen de Jong 2019