Scharer, Whitney, 2019

Lee Miller en Man Ray in Parijs


Het beeldschone fotomodel Lee Miller (1907-1977), dat voor de Amerikaanse Vogue werkte en geportretteerd werd door invloedrijke mannen gaat in 1929 naar Parijs om fotograaf te worden, waar ze ‘kunst wil maken in plaats van zelf kunst te zijn.’ De debuutroman ‘Het gouden uur’, van Whitney Scharer (41), uitgave Nieuw Amsterdam, vertaling Inger Limburg en Lucie van Rooijen, gaat over Miller en Ray in de Parijse jaren dertig, maar ook over Millers carrière als oorlogsfotograaf in de Tweede Wereldoorlog, toen zij onder meer schrijnende reportages schreef over concentratiekampen Buchenwald en Dachau. De roman is op waargebeurde feiten gebaseerd. Lee ontmoet Man in een bistro in Montparnasse. ‘Ze is tweeëntwintig en mooi.’ Ze gaat bij hem in de leer en wordt zijn assistente. Na een tijdje bedenkt Lee dat ze nog steeds geen gebruik heeft gemaakt van Mans donkere kamer. ‘Waar wacht ze nog op? Assistente zijn is een soort gewoonte[…] Ik ga reizen op de boeg van mezelf […]’. Man helpt haar met het ontwikkelen van haar filmpjes, maar ze kan het al snel zelf. Ze gaan samenwerken en worden lovers. Ze wordt ook zijn model. Ze werken hard en ‘s nachts storten ze zich samen met andere kunstenaars in het bruisende nachtleven van Parijs. Tijdens een wandeling komt Lee op een idee: Ze ziet een vrouw voor zich, geknield achter een tafel. Op die tafel een glazen stolp, met het gezicht van de vrouw er zo achter geplaatst dat het in het glas lijkt te zweven. Ze begint er schetsen van te maken die tot het creëren van stolpfoto’s leiden. Als Man de foto’s ziet vindt hij ze baanbrekend. Solarisatie noemen ze het, oogverblindend. Ze gaat in een uitgelaten stemming naar een café en hoort Josephine Baker zingen: ‘Blue days, all of them gone/ Nothin’ but blue skies from now on.’  In deel 2 trekt Lee bij Man in, mede door geldgebrek. Ze heeft nu geen eigen plek meer: ‘Hun werelden zijn volledig met elkaar versmolten.’ Man belooft Lee de stolpfoto’s aan een vriend te laten zien die ze wellicht in zijn blad 221 kan plaatsen. Hij vergeet keer op keer het te vragen, tot grote teleurstelling van Lee. Als ze de filmmaker Jean Cocteau ontmoet is hij weg van haar. Ze mag in een film van hem spelen.‘Als je belooft je aan mij te binden, mag je aan deze film werken’, zegt Man. […] Zo wil ik het. Zo moet het en niet anders.’ Lee is sprakeloos. De film wordt een groot succes, ze houdt ook van acteren. Als ze later de kans krijgt als model voor een modeblad op reis te gaan, zegt Man: ‘Als dat lukt, kun jij natuurlijk niet mee. Jij bent hier nodig, in mijn studio.’ Lee reageert niet, maar er ontstaan scheurtjes in hun relatie. Zullen dat scheuren worden, als ze er achter komt dat Man met de eer strijkt als solarisatie, háár uitvinding, een groot succes wordt? En zal Lee ooit over haar vreselijke ervaringen als oorlogsfotograaf heenkomen? Het is een grandioze roman met als hoofdmoot de relatie tussen Lee en Man. Scharer maakte er een oogverblindend kunstwerk van, vol gouden uren.

Ellen de Jong 2019