Appelfeld, Aharon, 2019

Een leerzaam boek over het ‘niet weten’ van het antisemitisme

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld (Oekraïne,1932-2018), overleefde als kind de Holocaust. Hij schreef bijna vijftig boeken en won onder meer twee maal de National Jewish Book Award. Hij overleed in 2018. De roman ‘Verwondering’ verscheen postuum bij uitgeverij Ambo|Anthos. Vertaling: Kees Meiling. De christelijke jonge vrouw Irena is de hoofdpersoon in het verhaal dat zich afspeelt in een streek in het Oekraïne van de jaren veertig. Irena is getrouwd met Anton, een agressieve fabrieksarbeider die haar – wanneer hij er zin in heeft, en dat is een paar keer per nacht – slaat en bruut verkracht. En ook ’s ochtends randt hij haar aan. Ze besluit te vluchten en naar haar geliefde tante Janke te gaan, die alleen in een bouwvalige hut in het bos woont. Maar zover is het nog niet. Irena heeft Joodse buren, de familie Katz, die een kruidenierswinkel heeft. Op een ochtend ziet ze het gezin op een rijtje voor de ingang van hun winkel staan. ‘Op bevel van de Duitsers’, zegt politieagent Iljitsj, ‘zijn ze uit hun winkel verdreven’, als Irena hem vraagt waarom. De volgende ochtend zit de familie geknield voor de winkel. ‘We zijn als misdadigers gebrandmerkt […] en alleen jij kunt ons redden’, zegt moeder Katz tegen Irena. Later moeten ze een kuil graven. Irena brengt de familie eten, dat is het enige wat ze kan doen voor hen. In de nacht wordt het gezin Katz door Iljitsj vermoord. Irena is diep geschokt als ze het hoort en ze beseft later dat er overal Joden worden vermoord. Ze loopt weg van Anton naar haar tante Janke. In de trein beseft ze: ‘Dat een deel van haar leven onlosmakelijk was verbonden met deze ongelukkige mensen en dat met hun dood ook iets waardevols in haar zou sterven.’ Als Irena bij haar aankomt ,’mijn baken, mijn verlossende engel’, leert zij  haar bidden en verkondigt dat Jezus een Jood was met Joodse ouders en dat alle Joden Jezus’ nakomelingen zijn. En ze vertelt over haar grote liefde voor de Joodse Hugo, die jong stierf: ‘Je zegt ‘Hugo’ en de naam hecht zich aan je tong en aan je hart. […] Hij leerde me wat zielsverwantschap is en wat liefde.’ Het zijn ontroerende woorden over de liefde die Appelfeld heel gevoelig en fijntjes beschrijft. Irena verlaat haar tante en verkondigt overal op het platteland dat ‘Iedereen die Joden krenkt, ook het lichaam van Jezus krenkt.’ Vooral de vrouwen die ze ontmoet zijn gevoelig voor haar woorden, omdat ook zij zich schuldig voelen en achtervolgd worden door de geesten van de Joden: ‘Er zijn geen Joden meer, maar hun geesten vervullen alle huizen.’ Irena moedigt de vrouwen ook aan zich te verzetten tegen hun gewelddadige mannen. Die daarentegen, worden woedend, schelden haar uit en slaan haar. Een leerzaam boek waarin Appelfeld zonder teveel woorden over het ‘niet weten’ van het antisemitisme schrijft. En niet alleen over de onwetendheid van Irena, maar ook haar verbijstering over het schandalige gedrag van haar landgenoten in de jaren veertig.

Ellen de Jong  2019