van Keulen, Mensje, 2019

Een taalkunstenaar die elke zin betekenis geeft

Na ‘Alle dagen laat’ Dagboek 1976, publiceerde Mensje van Keulen ‘Neerslag van een huwelijk’ Dagboek 1977-1979. Uitgave Atlas Contact. Haar oeuvre, onder meer romans en verhalen, werd bekroond met diverse prijzen. Het dagboek, met foto’s, begint op 1 januari 1977 en eindigt op11 juni 1979. Van Keulen begon een dagboek bij te houden in 1976, ‘Alle dagen laat’, werd pas in 2006 gepubliceerd. Haar literaire leven stond daarin centraal. Pas tien jaar later publiceerde ze de vervolgjaren, met als rode draad haar slechte huwelijk met neurofysioloog Lon: ‘Vertrouwen, steun, bewondering (misschien wel het belangrijkst om blijvend van iemand te houden), het is allemaal weg, maar ik verlang naar hem, stom en vreselijk.’ Mensje lijdt er onder, ze rookt en drinkt meer dan ze wil en bovenal wil ze werken,[…] ‘maar mijn pen kan alleen dit schrift nog aan, is voor het echte werk volkomen lam.’ Het is de tijd van de vrije huwelijksmoraal die vooral in een stad als Amsterdam hoogtij vierde. Op de tweede bladzijde is het al raak: Het is Nieuwjaar 1977. Ze zegt Lon dat ze zeker weet dat hij een ander heeft. Hij ontkent. Later blijkt het C te zijn, ‘de vuile intrigante, Miss Kont met haar varkenskopje, […].’ Mensje beschrijft hoe vrienden als Hans Warren, Gerrit Komrij en Maarten ’t Hart haar steunen in deze zware tijden. Hij maakt het steeds bonter, komt thuis en vertrekt wanneer het hem zint en vertelt dat hij C nodig heeft, al houdt hij ook van haar. Ze schreeuwt hem toe: ‘Bedrog! Verraad! […] Hij kan niet meer zonder, zegt hij. Het kost hem moeite ontrouw te zijn […] het verscheurt hem. […] Wie is verscheurd? […] iedere driehoeksverhouding is gedoemd te mislukken […] Hij is godverdomme mijn grote liefde, mijn god, al vanaf mijn zestiende, […]  ik maak het gore wijf dood.’ Soms zoekt ze troost in bed bij een ander, maar dat leidt verder tot niets: ‘Het zou beter zijn als ik alleen maar zou kunnen schrijven. Fantasie is een mooi geneesmiddel. […] En dat tot ik erbij neerval, eindelijk rust.’ In Zeeland koopt Mensje een huisje, maar ook daar hebben Lon en zij de vreselijkste ruzies, al gaan ze toch nog naar bed met elkaar. Ze kan hem niet loslaten. Wat vooral ook de oorzaak van hun slechte verhouding is dat zij een kind wil en hij niet. Op 28 maart blijkt ze zwanger te zijn, ze laat zich aborteren, ‘daarna verstikkende tranen, ‘en alhoewel ik zeker weet dat ik dit moest doen, weet ik nu ook zeker dat ik een kind wil.’ Tussen alle ellende door schrijft Mensje over haar ontmoetingen met diverse schrijvers, en dat zijn ook boeiende passages. Van Keulen is een taalkunstenaar die vlijmscherp elke zin betekenis geeft. Op 20 oktober meldt ze: ‘Wellicht dat ik maar eens moest stoppen met dit oeverloos noteren van sores. Wat ik meemaak wil ik hier op dit papier niet terugzien.’ Gelukkig schreef ze door tot en met 11 juni: de apotheose voor haarzelf en de lezer. Maarten ‘t Hart  noemde van Keulen: ‘De diamantbewerker van de Nederlandse taal.’ Een schot in de roos. 

Ellen de Jong  2019