Uphoff, Manon, 2019

Manon Uphoff legt de verhoudingen in het gezin onverbloemd bloot

‘Ik wilde dit verhaal niet vertellen’ maar toen de oudere zus Henne Vuur, van hoofdpersoon MM of Ondergetekende, totaal uitgehongerd en uitgedroogd van de trap viel en stierf, kon ze niet anders - woedend als ze was  - haar afschuwelijke en pijnlijke verleden onder ogen zien. ‘Vallen is als vliegen’ van Manon Uphoff (1962), die diverse keren literaire prijzen won (Uitgave Querido), is een op de realiteit gebaseerde roman, waarin MM haar verhaal doet: ‘Ik heb geen andere mogelijkheid meer dan terug te keren naar een geschiedenis die ik dacht te zijn ontvlucht en die nooit alleen de mijne was, maar die van ons allemaal […].’ Anna Alida, de moeder van MM, trouwt met HEHH, Henri Elias Hendrikus Holbein, amateur-beeldend kunstenaar, gesjeesd seminarist, […]. Hij is haar tweede man. Henne Vuur was vijf jaar, zusje Toddiewoddie vier. Hij werd hun stiefvader. In het nieuwe huwelijk kwamen er nog zes kinderen bij: ‘Wij, de kinderen in het huishouden, waren van hem. Hij kleedde ons, voedde ons, verdiende zijn geld voor ons, negeerde ons.’ HEHH , ‘De Minotaurus’, misbruikte de meisjes seksueel, al op zeer jonge leeftijd. ‘Als kind verwonderde ik me al over de kronkelader van pijn en geweld die dwars door ons familieleven liep […] Bijvoorbeeld tijdens duistere spelletjes. Verstoppertje in het pikdonker, onze moeder bleef beneden roken in het onverlichte huis en HEHH spoorde ons op in het zwart, zijn handen sloegen op elke trede van de trap. Wij, de drie jongsten ( Kaj, Libby en ik) verborgen ons altijd op dezelfde plek […] Wie als eerste zou worden aangeraakt zou sterven. Er was nachtelijk geschuifel in de gang, snuifjes, gesnik, gegrom…’ HEHH daalde af in zijn labyrint dat Henny en Toddie argeloos als eersten zouden betreden. Later volgden de anderen. ‘Hoe kan ik jullie toegang verschaffen tot dit labyrint, waar wij Holbein-meisjes in opeenvolging leefden, en mee naar binnen vragen als ik zelf zo lang heb geaarzeld en (in alle eerlijkheid) Hennes tuimelval nodig had?’ Uphoff legt de verhoudingen in het gezin onverbloemd bloot. Maar ook de leuke dingen die er plaatsvonden beschrijft ze. Hoe HEHH hen leerde tekenen en kunst waarderen. MM kreeg De sprookjes van Hans Christian Andersen. Hij zei dat zij de slimste was in huis. ‘Wist HEHH destijds hoe reusachtig het geschenk van taal, teken, en boek was waarmee hij me voorbereidde en kneedde in de richting van zijn (lichamelijke) noden en wensen?’  Toen MM later haar vader sprak en hem een en ander voorlegde zei hij dat hij zich er niets van herinnerde. In het laatste hoofdstuk ‘Heksensabbat (grandguignol)’ vragen de zussen zich in een sessie af wat ze met hun vader - die al jaren dood is - zullen doen. Hoe zullen ze hem kapotmaken? ‘Het liefst zouden ze uit elkaar trekken en scheuren tot trekken en scheuren niet langer uit te voeren handelingen zijn en er geen structuur meer over is.’
Er zijn geen woorden voor deze beklemmende roman, maar Uphoff vond ze. Hoe ze het beladen thema literair verpakte, terwijl het toch hard aankwam, is meesterlijk. Ook stilistisch gezien is het een wonder van taal.

Ellen de Jong 2019