Genee, Pauline, 2019

‘Op zoek naar de nooduitgang van mijn leven’


Na ‘Duel met paard’ van Pauline Genee (1968) verscheen ‘Road Block). Uitgeverij Querido. Hoofdpersoon Ava gaat met haar team onderzoeken of de verkiezingen wel rechtmatig verlopen. In welk land? Dat komen we niet te weten. Aan teamgenoot Nelleke vertelt ze waarom ze een tijdje weg wilde: ‘Ik was op zoek naar de nooduitgang van mijn leven.’ En ze vertelt het verhaal van het schilderij ‘dat zo lang op de zolder van mijn ouderlijk huis had gestaan, het mysterieuze briefje in de lijst […] het verhaal dat verborgen had moeten blijven, maar dat zich niet begraven liet. Dat me bij jou had gebracht,[…] En ik vond jou, Peer.’ Ava en Peer hadden drie jaar lang een verhouding. Ze vertelde hem niets, het was geen leugen, ‘maar een verzwegen waarheid.’ Dat zwijgen hield ze niet meer vol en ze ging van de ene op de andere dag bij Peer weg. Tijdens hun tocht loopt Ava, na gescheiden te zijn van haar teamgenoten, bij een roadblock in de val: ‘Waar je aan denkt als je op je buik in een wegversperring ligt, zonder schoenen, geweer in je rug? Er is een leegte, zonder ‘wensen, angsten of gedachten, niks, geen laatste woorden, geen film, geen spijt, […].’  Ze hoort geschreeuw: ‘You are helping the fucking government! No, we came here to …no, no, don’t-‘ Ava heeft geen idee waar ze is, waar haar metgezellen zijn, en wie de gijzelaars zijn en wat ze precies voor ogen hebben. Ze stoppen haar, op een kale berg ver weg van alles, in een hok, met een matras en een emmer. Ze slaapt dagenlang. Als ze af en toe wakker wordt staat er iets te eten. Waar het vandaan komt? En wie elke dag om de emmer vraagt die geleegd moet worden? Ava leert haar gijzelaars niet kennen, ze dragen bivakmutsen. Als ze op een dag per ongeluk een van haar oppassers in het gezicht kijkt is ze bang dat ze dood geschoten zal worden. Maar de baas, genoemd Baard, stelt haar gerust: ‘Ze is levend meer waard dan dood.’ Ava probeert drie maal te ontsnappen, maar het lukt haar niet. Intussen kerft ze de dagen in de muur en formeert letters, woorden, zinnen: ‘ze nestelen zich in mijn hoofd, net achter mijn slapen. Ze willen blijven, ze willen leven, net als ik […].’ Dag na dag spreekt ze zichzelf moed in, ook als ze verkracht wordt. En ze beseft dat het na drie ontsnappingspogingen beter is te blijven: ‘Dat de lange weg, de weg van vertrouwen laten groeien, een band opbouwen, […] een zekerder route zou zijn naar de vrijheid dan […] die van ontsnappen.’ Tijdens de gijzeling komt Ava tot de slotsom dat ze beter de relatie met Peer niet had moeten verbreken, alleen om een geheim - al was dat belangrijk - stil te houden. En om de  tijd door te komen blijft ze zinnen maken. Zal ze tot slot de zinnen zien gaan, ‘hoog boven haar in de lucht?’ Flarden van een oud verhaal, zwervend langs de aarde, onderweg naar een plek waar het veilig landen is.’
Evenals Ava vertrouwde Genee op de taal in haar hoofd die leidde tot een verbluffend en spannend verhaal: ‘Een verhaal van een vrouw die de nooduitgang zocht en vond.’

Ellen de Jong  2019