Winn, Raynor 2019

'De wandeltocht, alleen de wandeltocht'

Raynor Winn leerde haar man Moth kennen toen ze achttien was. Ze is nu vijftig. Ze hebben samen zijn vervallen boerderij in Wales opgeknapt, twee kinderen grootgebracht,
en een B&B opgezet die geld in het laatje bracht. Ze verloren een
rechtszaak en daarmee hun huis, ‘en onszelf.’ Aan het woord is vertelster
Raynor Winn, auteur van ‘Het zoutpad.’ Uitgave Balans, vertaling Annemie de
Vries. Raynor en Moth staan met hun rug tegen de muur, ze zijn dakloos. Kort
daarna krijgen ze te horen dat Moth aan een zeldzame, slopende hersenaandoening
lijdt. Er is niets tegen te doen, alleen een medicijn om de pijn te verlichten,
maar dat krijgt hij al. Zijn arts raadt hem aan niet te ver te wandelen en
voorzichtig te zijn met traplopen. Hun wereld stort nu helemaal in. Raynor en
hij zijn een hecht stel: ‘Wij waren één, versmolten, verweven, moleculair. Niet
zijn leven, niet mijn leven: ons leven.’ Wat nu? Ze gaan lopen. In een reisgids
wordt het South West Coast Path beschreven, het is 1014 kilometer lang. Is het
wel een goed plan? Ze hebben geen geld, Moth is ziek, kamperen kost geld. Toch
doen ze het. Met twee rugzakken, een kleine tent en wat ponden op de bank, gaan
ze op pad: ‘We reden weg van twintig jaar gezinsleven, van alles wat we hadden
bezeten, van onze verwachtingen en dromen […].Reden gewoon weg. En vóór ons?
De wandeltocht, alleen de wandeltocht.’ Ze beginnen in Minehead en willen
Land’s End halen. Winn beschrijft hoe het wild kamperen hen vergaat. Hoe hun
gewrichten pijn doen, hoe hun huid uitdroogt, hoe hongerig ze zijn omdat ze van
heel weinig geld moet zien te leven. Het is afzien als ze kilometers lang door
woeste landschappen en over smalle klifpaden lopen, met de onstuimige zee aan
hun voeten. Het is de ene voet na de andere zetten en niet zeuren, wat voor weer
het ook is. Maar ze genieten ook van sublieme vergezichten en uitgestorven
stranden. En wonder boven wonder heeft Moth steeds minder pijn. Winn beschrijft
hun ontmoetingen met andere backpackers. Sommigen zeggen als ze het oudere
echtpaar zien: Wat heerlijk dat jullie zoveel tijd hebben om jullie droom te
verwezenlijken. Ze lopen echter snel door als Moth zegt dat ze dakloos zijn!
Als ze Land’s End bereikt hebben weten ze niet wat ze moeten doen. De winter
nadert. Ze hebben onderdak nodig. Dat krijgen ze en ook een baan. Maar ze gaan
weer wandelen en volgen nu het kust pad naar het westen: ‘Mijn voeten hervonden
het korte, door de wind laag gehouden gras, de zon, de wind, het zout op mijn
lippen, […] de magnetische kracht van het pad die me voortrok.’ Raynor Winn
debuteerde met ‘Het zoutpad’, dat ze twee jaar na hun tocht schreef. Zo
fijnbesnaard, zo reëel, zo taalgevoelig schrijft ze niet alleen over hun tocht,
die we pagina’s lang met ze meelopen, maar ook over hun overdenkingen, wat het
met je doet als je geen been meer hebt om op te staan. Tegen het einde
memoreert ze: ‘Ik had geen idee wat de toekomst zou brengen […] Ik wist alleen
dat we licht gezouten bramen waren in de laatste zon van de zomer, en dat dit
het volmaakte moment het enige was wat we nodig hadden.'


Ellen de Jong 2019