Chirbes, Rafael 2019

Paris-Austerlitz


‘Paris-Austerlitz’: Een juweel van vertelkunst

De postuum gepubliceerde roman van de Spaanse auteur Rafael Chirbes (1949-2015): ‘Paris-Austerlitz’, uitgave Atlas Contact, vertaling Eugenie Schoolderman, is dus helaas zijn laatste boek. Wat heel spijtig is want na deze magnifieke terugblik op een vervlogen passie, zal het stil blijven. Een nog geen dertig jaar oude kunstschilder uit Madrid, de naamloze ik-verteller in het boek, gaat naar Parijs om zich te distantiëren van zijn familie en om te schilderen.
Hij, afkomstig uit een goed milieu ontmoet Michel, een dertig jaar oudere fabrieksarbeider. Ze vallen voor elkaar. Michel neemt hem in huis en geeft hem te eten want de Spanjaard heeft niets om van te leven. ‘Maandenlang leefden we in een staat van vervoering […] we dronken om elkaar nog meer te begeren, en we begeerden elkaar nog meer omdat we dronken.’ De roman begint - in de jaren negentig- met het bezoek van de ik-figuur aan Michel die aids heeft en in het ziekenhuis ligt. De relatie is dan al passé. ‘Het leek alsof de wond die onze onenigheden hadden achtergelaten begonnen te helen […] maar bij het afscheid wisten we allebei dat mijn bezoekjes hem geen troost boden.’
Ze wonen een tijdje hartstochtelijk samen in een woning met één raam  op een binnenplaats. Maar over de liefde denken ze verschillend: Voor Michel is de liefde ‘onvoorwaardelijk, eeuwig en hemel aarde hel zee wind en maan’, voor de ander - die alleen met condoom wil vrijen, hetgeen Michel hem verwijt: ‘Altijd maar mét, hij had zich nooit echt aan hem gegeven’ - is de liefde niet onvoorwaardelijk. Hij is nog geen dertig, wil veilig vrijen en bovendien krijgt hij werk als tekenaar. In het begin van hun passionele relatie geloofde de Spanjaard dat ze samen oud zouden worden, maar later toen hij apart ging wonen, in hetzelfde pand als Michel, ging de relatie hem verstikken: ‘Ik had meer dan genoeg van het constante lijfelijk contact en op het laatst walgde ik van het eindeloze gevoos.’ Gelukkige herinneringen als hij denkt aan Michels lijf, ‘een huis waarvan ik de enige bewoner ben’, wisselen zich af met diep medelijden, ‘Michel is niet meer aanwezig in dat lichaam’, als zijn ziekte wreedaardig voortschrijdt. Het weliswaar steeds zeldzamer bezoek wordt een opgave voor de Spanjaard: ‘Michel verdween stilaan.’ Chirbes’ roman is een juweel van vertelkunst, met gouden zinnen. Een voorbeeld:
‘De knokige handen, waarop de blauwe aderen zich aftekenen, de benen, breekbaar als rietstengels, omhuld met gelooid leer, hadden niets van doen met de rijpe, sterke man die ik bijna een jaar lang had liefgehad, die mij genot verschafte - en die ik genot verschafte.’
En nog een: ‘De lucht, het steen, de bedding van de Seine, nevelige, in water opgeloste pastis, de kleur van de stad Parijs, wekenlang, de parelgrijze gevels, het gris van de nevel dat zich uitbreidt en dat van de kaden en bruggen omhult, monochroom, vochtig en obsessief, totdat de lucht in ontelbare deeltjes uiteenspat en de sneeuwvlokken een pointillistisch schilderij vormen.’
Ellen de Jong
2019