Ritter, Christiane, 2019

Het geheim van de Noordpool

Christiane Ritter (Oostenrijk, 1897-2000) schreef een niet eerder in het Nederlands vertaalde klassieker uit 1938, getiteld: ‘Een vrouw in de poolnacht’.  Uitgave Querido Fosfor, vertaling Elly Schippers. Bij haar verhaal maakte ze kleine tekeningen. De 36-jarige Christiane gaat haar man Hermann achterna in de zomer van 1934. Hij is onderzoeker en gegrepen door Spitsbergen. Hij wil graag dat ze komt. Zij twijfelt, ze vreest de kou en de eenzaamheid tijdens een jaar in de Arctische wereld. Maar ze vertrekt toch nadat hij zegt dat hij een kleine hut aan de noordkust van Spitsbergen heeft gehuurd en voor proviand zal zorgen. Te eenzaam zal ze niet worden want ‘ongeveer 90 kilometer verderop woont nog een jager die ze in het voorjaar kunnen opzoeken. Christiane zal de eerste vrouw worden die overwintert op de noordelijkste punt van het continent. Als ze aankomt met de boot in Kongsfjord ziet ze haar man. Ze varen door de mist op weg naar de kust van Gråhuken, naar de grijze landtong waar hun hut staat: ‘Een onbedwingbaar verlangen naar de verte maakt zich van ons meester. Verder, steeds verder naar Arctische landen en eilanden in het ijs, naar bevroren aarde die er nog bij ligt zoals God haar heeft geschapen.’ Hermann vertelt dat Karl, een Noorse jager, ook meegaat. Christiane wordt aangeraden dat ze als ze de winter goed wil doorkomen ze altijd in beweging moet blijven, nooit bezorgd moet zijn en in alles de humor moet blijven zien. In de hut aangekomen blijkt de kachel roet te regenen in de kleine kamer, en zoet water moet uit de rivier gehaald worden, anderhalf uur verder. Hermann laat de berenpaal zien die de beren van het zee-ijs naar de hut lokt. En vanuit het raam kan je ze dan schieten. Het is wel wennen aan al het nieuwe dat op haar afkomt. Gaandeweg ontpopt ze zich echter tot een kameraad van Hermann en Karl, in die zin dat ze het lijden in de poolnacht onder de meest barre omstandigheden - eenzaamheid, extreme koude, niets meer voelen - het hoofd kan bieden.  Ze heeft te doen met de pooldieren die Hermann en Karl schieten, villen en later op tafel zetten. Maar vlees is van levensbelang om scheurbuik te voorkomen. Als de mannen op jacht gaan barst er een storm los. Ze zit weken alleen in de hut, ze moet het zien te redden hoe moeilijk ook. De stilte na de storm is overweldigend, de wereld is van een ongekende en onvermoede schoonheid. Als de zon in het voorjaar weer te zien is, is ze betoverd. En als het moment van vertrek op 12 augustus aanbreekt wil ze  niet meer weg. Ze is net als Hermann ‘Spitsbergen gek’ geworden. ‘Nee’, schrijft Ritter’, ‘de Noordpool onthult zijn geheim niet voor de prijs van een passagebiljet. Je moet de lange nacht, de stormen en de vernietiging van de menselijke trots hebben meegemaakt. […] In de terugkeer van het licht, in de betovering van het ijs, in het levensritme van de in de wildernis bespiede dieren, […] schuilt het geheim van de Noordpool en de geweldige schoonheid van het landschap.’ Een spannend boek voor lange winteravonden.

Ellen de Jong
2019