Espedal,Tomas 2019

Poëtische roman in een uiterst zuivere taal

De Noorse schrijver Tomas Espedal (1961) die bekend werd met de roman
‘Tussen april en september’, publiceerde ‘Buiten de orde’, uitgave
Wereldbibliotheek, vertaling Marianne Molenaar. Het thema van deze roman
is een onmogelijke liefde die flitsend begint maar geen stand houdt. In
het eerste hoofdstuk wordt om die reden verwezen naar de historische
briefwisseling tussen Abélard en Héloïse. De 48-jarige hoofdpersoon
Tomas is weduwnaar. Hij ontmoet op een oudejaarsavond Janne, ze is veel
jonger dan hij. De ontmoeting tussen Tomas en Janne loopt al snel uit op
een heftige vrijpartij. Dan volgt de periode waarin Tomas’ jeugd wordt
beschreven. Hij werkte als zestienjarige in de fabriek, en kwam al snel
tot de conclusie dat hij zijn werk verafschuwt. Het meisje dat hij
ontmoet is vijftien en werkt in een winkel: ‘Zij trok haar modebewuste
kleren uit en ik mijn werkgoed.’ Vervolgens komt Agnete in beeld. Zij is
actrice, een bijzondere schoonheid, met een gecompliceerd en explosief
karakter. Tomas en zij krijgen een verhouding. Hij is intussen schrijver
geworden en hij verblijft een tijd met haar in Rome, waar zij optreedt.
Ze is een onberekenbare vrouw en ze heeft agressieve buien. Desondanks
krijgen ze een dochter en Tomas publiceert een succesvolle roman. Daarna
wordt het een hectisch leven met Agnete die alles naar haar hand zet.
Hij past op hun dochter, van schrijven komt nu niets meer, hoe moest hij
in dit alles zijn plek vinden? Ze gaan nog een reis naar Nicaraqua
maken waar Agnete een toneelgroep moet leiden. Ze wonen in een villa,
omgeven door een veiligheidsmuur. Tomas voelt er zich niet thuis en ook
hier komt van schrijven niets. Als er een burgeroorlog dreigt vertrekken
ze met z’n drieën weer naar Noorwegen. Daar gaan ze apart wonen. Daarna
volgt het ene ongeluk op het andere, Tomas is bang dat hij deze
familieramp niet zal overleven. Maar hij zet door en wil een klein
boekje over geluk schrijven. Mooie beschrijvingen van Tomas’ en Jannes
gelukkig samen zijn volgen. (De roman begint met de innige ontmoeting
tussen Tomas en Janne en eindigt met de droevige en emotionele
beschrijving van het einde van hun relatie, de periode ertussen is een
terugblik van hoofdpersoon Tomas op onder meer zijn huwelijk met
Agnete). Tomas overdenkt: hoe schrijf je over geluk? ‘Over geluk valt
nauwelijks iets te zeggen. Het zit in alles wat we zeggen en doen, en we
weten het niet eens. Ik wilde de hele tijd bij haar zijn, voor altijd.’
Tomas en Janne trekken zich terug in huis nadat men dacht dat Janne
Tomas ’dochter was: ‘Ons geluk was niet natuurlijk, het was buiten de
orde.’ Janne gaat op een dag verhuizen naar Oslo, ze wil beleven wat
Tomas allemaal al beleefd heeft. In het laatste hoofdstuk ‘De
aantekenboeken’ is ze weg: ‘Waarom stort ik niet in, […] waarom kruip ik
niet over de grond rond […]. Ik slaap en schrijf in de kelder.’ Het is
een weergaloos poëtische, in een uiterst zuivere taal samengestelde
roman, die me regelmatig deed huiveren.

Ellen de Jong     2018