Avalone, Sylvia 2019

'Levenslicht’: Een rauwe, kleurrijke roman


De achttienjarige Adele staat in een ziekenhuis in Bologna op het punt van bevallen. Haar vader zit in de gevangenis, haar moeder Rosaria, haar zus Jessica en haar criminele vriend Manuel, wil ze niet bij haar bevalling hebben, hoewel hij de vader van hun kind is. Adele woont met haar moeder en zus in een achterstandswijk in Bologna. Het leven is er hard, Adeles moeder is verslaafd aan kalmeringsmiddelen en roken en heeft een onderbetaald baantje op een kantoor. Haar vader geeft geen cent. Adele wil haar kind niet houden omdat ze vindt dat zij haar geen goed leven kan bieden. Ze noemt het meisje Bianca: ‘Naar alles wat wit is. Naar alles wat rein en blank was, vol licht.’ Zo begint ‘Levenslicht’, de derde roman van de Italiaanse schrijfster Silvia Avallone  (1984). Uitgave De Bezige Bij, vertaling Manon Smits. Haar debuutroman ‘Staal’ werd een wereldwijd succes. ‘De grootste daad van liefde’, was er tegen Adele gezegd, ‘was haar een beter leven geven. […] Maar er was maar één ding waar ze echt naar verlangde en dat was: Tegen haar te kunnen zeggen: ik ben jouw mama.’ Manuel die het ook niet getroffen heeft met zijn ouders, groeit op voor galg en rad: in de Vermicelli, dezelfde probleemwijk als waar Adele woont.  Op haar veertiende gaf Adele Manuel haar maagdelijkheid. Als ze hem vertelt dat ze zwanger is van hem, laat hij het afweten. Hij bericht haar: ‘Ik vertrek vanavond, wacht niet op me. Het is niet aan mij om te beslissen wat je moet doen, maar ik wil er niet bij zijn.’ Ze haat hem zoals ze haar vader haat, die van alles beloofde maar nooit iets waarmaakte. Later ziet ze hem terug, maar dan is het te laat. Haar droom van een gelukkig gezin sloeg hij opnieuw aan diggelen omdat hij als eerste zegt: ‘ik heb nu een hoop poen.’ Waarop zij antwoordt: ‘Jij verdient het niet om haar vader te zijn.’ De enige gymnasium leerling in de wijk is Zeno: Hij is de eenzelvige overbuurjongen van Adele die zijn geesteszieke moeder verzorgt. Hij bespiedt Adele en schrijft over haar op zijn computer. Later wordt hij min of meer haar geliefde en hij helpt haar als ze nog steeds twijfelt of ze Bianca zal afstaan of niet. Dit is de eerste verhaallijn - en naar mijn mening de interessantste -  die Avallone in het leven riep. De tweede heeft als hoofdpersoon de dertigjarige, gehandicapte docent Dora. Ze is getrouwd met Fabio die architect is. Ze wil graag zwanger worden, maar dat lukt niet. Na een reeks behandelingen  wordt haar onvruchtbaarheid gedefinieerd als ‘zonder aanwijsbare oorzaak.’ Ze is wanhopig en haar verlangen naar een kind wordt een obsessie. Haar huwelijk lijdt er onder: Fabio gaat vreemd  met een jeugdvriendin en Dora is jaloers op elke vrouw met een dikke buik. Tot ze besluiten over te gaan tot adoptie, maar dat heeft nog heel wat voeten in de aarde…Avallone voegt de verschillende werelden - die beide wel het moederschap als Leitmotiv hebben - meesterlijk bijeen. Qua sfeer en personages doet ‘Levenslicht’ denken aan de Napolitaanse romans van Elena Ferrante, even rauw en kleurrijk, maar ieder met een eigen handschrift.

Ellen de Jong 2019