Terrin, Peter 2018

Ik vond alleen maar deze woorden’


‘Ik trok de deur van het huis dicht. Ik deed het precies zoals altijd, met op het eind een vinnige ruk. Ik liep beheerst het paadje af en ontgrendelde vanaf dezelfde afstand mijn auto. […] Ik startte de wagen, deed mijn veiligheidsriem om en reed weg.’ Een veelbelovend begin van de nieuwe roman van de Vlaamse schrijver Peter Terrin (1968). De vrouw die haar huis verlaat is de 39-jarige Astrid. Ze is getrouwd met advocaat David, samen hebben ze zoontje Louis en ze wonen in een villa in een chique buitenwijk. Astrid heeft stress, ze moet een groot bedrijfsevenement organiseren. Terwijl ze wegrijdt van haar huis bedenkt ze dat ze gek geworden is. Hoe kan je je vijfjarige zoontje in het bad achterlaten? Wat is er gebeurd?  Terwijl ze Louis in het bad deed, schreeuwde en huilde hij terwijl zij ondertussen gebeld werd. Ze legde haar iPhone op de badrand en stootte ertegen waardoor die in het water viel. ‘Ik was niet meer bereikbaar[…] Ik was als het ware van de aardbol verdwenen.’ Ze gaat niet terug maar rijdt kilometers rond met haar auto. Ze vindt het steeds moeilijker om terug naar huis te gaan. Naar haar rationele David, haar jonge kind, en een veeleisende baan. Ze is sober opgegroeid, daarna opgeklommen op de maatschappelijke ladder en ze woont nu in een omgeving, waar ze zich niet echt thuis voelt. Als ze moed heeft verzameld en terugkeert ziet ze Davids Range Rover voor de deur staan, terwijl hij nooit thuis was op dit uur. Ze gaat opnieuw allerlei omzwervingen maken en ’s avonds weer terug naar hun huis waar ze David bespioneert. Ze verdenkt hem ervan dat hij vreemdgaat met vriendin Niki, maar gelukkig ontdekt ze dat Louis niet verdronken is. Vervolgens zwerft ze door achterbuurten waar ze fotograaf Roman tegen het lijf loopt. Ze hebben lol samen en ze bedrijft de liefde met hem. Wordt ze er beter van en voelt ze zich nu verlost? Terrin laat ons in het ongewisse. Telkens weer besluit Astrid terug te keren naar haar straat, vastbesloten om nu echt naar huis te gaan. Dit keer doet ze het om te zien wat haar vermissing teweeg heeft gebracht. Ze ziet kans het huis te onderzoeken, maar niets wijst erop dat ze gemist wordt. Ze schrikt als ze een opsporingsbericht van haar op de tv ziet en later haar naam op een overlijdensbericht. In deel II is Astrid in slaap gevallen in het bed van Louis. ‘Iemand had mijn kleren uitgetrokken. David wist dat ik graag in mijn blootje sliep.’ Als ze de trap afgaat ziet ze hem: ‘Hij was niet verbaasd om me te zien […] Je zal wel goed geslapen hebben.’ Astrid knikte en keek naar zijn gezicht, was dit David wel? Zijn neus was spits en stond een beetje scheef (eerder stond die kaarsrecht) en later noemt hij haar Patricia en leven ze weer samen op. Als lezer verbaas je je over deze raadselachtige geschiedenis. Is het Terrin die bij monde van Patricia concludeert: ‘Een mens zoekt naar verklaringen, maar […] Ik vond alleen maar deze woorden, dit verhaal, van waar het begon tot waar het ophield.’ 


Ellen de Jong 2018\