Kushner, Rachel 2018

Een roman over de keiharde Amerikaanse gevangeniswereld


Rachel Kushner (1968) brak in 2013 door met ‘De vlammenwerpers”, door talloze critici uitgeroepen tot het beste boek van het jaar. Voor ‘Club Mars’ uitgave Atlas Contact, vertaling Lidwien Biekman en Maaike Bijnsdorp, bestudeerde ze het Amerikaanse rechts- en strafsysteem en deed jarenlang onderzoek naar het gevangeniswezen in Californië. Ze ontdekte dat arme mensen en gekleurde mensen oververtegenwoordigd zijn en dat het leven binnen de vier muren voor een aantal te verkiezen is boven het leven op straat. 
De 29-jarige Romy Hall komt terecht in Stanville, een vrouwengevangenis in Noord-Californië - waar 3000 vrouwen zitten - nadat ze Kurt Kennedy met een breekijzer zijn hoofd had ingeslagen. Hij had haar voortdurend gestalkt, ze kon het niet langer aan. Romy groeide op in een achterbuurt in San Francisco. Ze leerde daar van jongs af aan het keiharde leven kennen. Op straat werden meisjes verkracht en de politie was volkomen onbetrouwbaar. Ze verdiende haar geld als stripdanseres in Club Mars, nadat ze een tijdje callgirl was geweest. Er hing een lugubere, sfeer en er gebeurde van alles wat het licht niet kon verdragen. Ze raakt zwanger van een uitsmijter en krijgt een zoon. In de club ontmoet Romy Kurt die haar blijft achtervolgen en die ze tenslotte de kop inslaat. Jackson, haar zevenjarige zoon was erbij. Ze krijgt twee keer levenslang, plus een verlenging van zes jaar. Aan de orde van de dag zijn de wrede bewakers, seksuele intimidatie, onderling geweld, druggebruik en verraad. Kushner vertelt onder meer het schrijnende verhaal van celgenoot Sammy. Ze was vier jaar en woonde met haar verslaafde moeder in een trailer. Er was geen elektriciteit. Sammy plaste in bed om het warm te krijgen en kreeg uitslag op haar benen. Een buurvrouw zag dat en belde de kinderbescherming. Ze werd uit huis geplaatst en kwam in een gesloten jeugdinrichting terecht, waar ze vooral leerde vechten. Later ging ze tippelen, werd verslaafd en kwam tenslotte in de gevangenis terecht. In die hel is niemand te vertrouwen en de gevangenen denken vooral aan zichzelf. Je moet keihard zijn anders overleef je de dag niet. Ook Romy vecht voor haar leven en toont haar harde kanten aan haar medegevangenen. Maar als het haar zoontje betreft die ze nooit meer zal zien, komt haar zachte, kwetsbare kant boven. Tegen het einde van het boek overdenkt ze: ‘Ik heb hem het leven geschonken. Dat is nogal wat om te schenken. Het is het tegenovergestelde van niets. En het tegenovergestelde van niets is niet iets. Het is alles.’ In een interview zegt Kushner: ‘Ik ben me sterker gaan realiseren dat ons rechtssysteem steunt op de assen ‘onschuld’ en ‘schuld’. Als het gaat om iemands leven is die manier van denken niet toereikend. […]Iemand wegzetten als een monster is ontkennen dat diegene een ziel heeft. Ik ben er beter in geworden mensen niet louter te beoordelen op wat ze hebben gedaan, maar ze te zien als ménsen , compleet met een complex levensverhaal.’ Een leerzaam en schrijnend boek.

Ellen de Jong   2018