Duijst, Wim 2018

Van ‘Het verzwegen kind’ gaan je haren overeind staan

Wim Duijst (1953) woont in Utrecht, maar groeide op in Spakenburg. Hij publiceerde onder meer ‘Zwijgend verleden’ en ‘De engel van Spakenburg’. Recent verscheen ‘Het verzwegen kind’ bij uitgeverij Marmer. Het is een roman die gebaseerd is op een waar gebeurd familiedrama uit de jaren dertig in Bunschoten.
‘Achter de schermen’ uitgave Marmer, bevat een bundeling van de blogs die Duijst publiceerde tijdens het schrijven van ‘Het verzwegen kind’. Hij vertelt onder meer over zijn research in Het Utrechts Archief en zijn verbazing over de gruwelijkheden die hij leest in het dossier van de strafzaak.

Het verzwegen kind

In de roman komt schrijver David Ruleijn (52) bij het opruimen van de flat van zijn dementerende moeder Kuintje Loenen, een document tegen: ‘Het was een oproep van justitie, gericht aan mijn opa, om voor de rechter-commissaris te verschijnen.’ Die opa, Willem Loenen,  vader van Kuintje, heeft hij nooit gekend. David werd nieuwsgierig en na grondig onderzoek in het Utrechts Archief krijgt hij het strafdossier van zijn opa te pakken. Wat hij dan ontdekt is met geen pen te beschrijven. Toch doet Duijst dat en hoe.  

Inhoud

In de zomer van 1959 woont de negenentwintigjarige Kuintje Loenen samen met haar vader Willem en broertje Gijs ‘achter de hervormde kerk van Bunschoten, in een huis met een sloot en een boomgaard erachter.’ Moeder Neeltje is overleden en Kuintje die nog niet getrouwd is, heeft de zorg voor haar vader en broertje op zich genomen. Weduwnaar Willem zit om een vrouw verlegen en beziet van nu af aan zijn dochter met andere ogen (het gezin telt nog een zus en een paar broers waarvan er één nooit meer thuiskomt). Op een avond tilt hij Kuintje onverwachts van de grond en dreigt haar in de bedstee te gooien: ‘Vader’, krijste ze, ‘laat me …ben je …’[…] Je bent niet goed wijs.’ Dat is het begin van een drama dat niet te bevatten is. Kuintje was altijd dol op haar vader en gaf hem in alles zijn zin. Maar als hij haar overvalt in haar bedstee en haar verkracht, bidt ze tot de Here: ‘Help me, help me toch. […]  Alsof ze niet meer bestond bleef ze achter.’ Willem voelt zich niet erg schuldig en beroept zich op de Bijbel: ‘Lot had met zijn twee dochters geslapen. Nergens in de Bijbel stond dat het niet mocht. […] In wezen deed iedereen het met zijn familie.’ Hij verkracht Kuintje vaker en als ze zwanger is drinkt ze zeepsopwater. Dat helpt, zegt haar vader tegen haar. Maar de volgende keer hielp het niet en beviel ze in alle stilte van een kindje. Hoe wreed en walgelijk zijn de gevolgen van zijn daden. Willem wordt daarvoor berecht door Pieter de Ruijter. Kuintje heeft haar geheim nooit prijsgegeven, noch aan haar man met wie ze later in Utrecht trouwt noch aan haar zoon David. Aan zijn tante, de vrouw van zijn oom Gijs, vertelt hij over het verhaal van zijn moeder dat hij aan het schrijven is: ‘Over wat haar is aangedaan en hoe zij daaronder geleden heeft. Om haar recht te doen, schrijf ik dit boek. Uit eerherstel, zeg maar […].’ Kuintje werd zesentachtig jaar. In een interview zegt Duijst: ‘Voor dit boek heb ik ook de rechtszaak tegen Spakenburger Henk K. gevolgd. Het gaat me echter niet om maatschappelijke relevantie. De menselijke interactie, dat is wat me interesseert. Ik wil gewoon een verhaal vertellen.’ Het is een zorgvuldig verwoord verhaal dat Duijst optekende, maar wel een waar je haren overeind van gaan staan.

Ellen de Jong      2018