Groen, Hendrik, 2018

Opnieuw gortdroge humor in Hendrik Groens ‘Leven en laten leven’



Hendrik Groen, pseudoniem van Peter de Smet (1934), had groot succes met zijn dagboeken ‘Pogingen iets van het leven te maken’, en ‘Zolang er leven is’. Hij verblijft in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord en beschrijft het leven daar met vlijmscherpe pen. Ook de tv serie had hoge kijkcijfers en er volgde nog een theaterbewerking. Recent verscheen van hem ‘Leven en laten leven’, uitgave Meulenhoff. In dit boek is een andere Groen aan het woord.
Arthur Ophof werkt al drieëntwintig jaar bij een groothandel in wc- en schoonmaakartikelen. Hij woont met zijn vrouw Afra in een keurig rijtjeshuis in Purmerend. Ze hebben geen kinderen. Hun huwelijk is doodgebloed. Op vrijdag is hij in zijn schik want dan gaat hij golfen met zijn drie beste vrienden: ‘Onze gesprekken gaan over golf, vrouwen, werk, geld en het nieuws.’ Als hij vijftig gaat worden komt er een gepast feestje. Afra regelt alles zoals het hoort. Arthur vindt het een verplicht nummer. Kort na zijn verjaardag krijgt hij  ontslag. Het wordt de hoogste tijd, denkt Arthur  - die altijd groots een meeslepend wilde leven - niet bij de pakken neer te zitten, maar integendeel, de bakens rigoureus te verzetten. Arthur had intussen een affaire met Ester, maar die wilde na een tijdje geen contact meer met hem. Over tien jaar mocht hij haar weer bellen. En dat doet hij, maar Ester wil hem niet meer zien. Daar zit hij dan: gevangen in een troosteloos huwelijk en zonder baan. Hij spreekt er met zijn golfvrienden over en komt tot de conclusie dat hij zijn eigen dood wil ensceneren om vervolgens een goddelijk en zorgeloos leven te gaan leiden in Italië. Afra zou toch beter af zijn zonder hem. Terwijl ze op een avond samen naar de tv kijken zingt Afra een vrije variatie op het liedje van De Dijk: ‘Een man weet pas wat hij mist, als ze er niet is.’ ‘Op mijn begrafenis,’ vulde ik aan. ‘Nee Arthur, op mijn begrafenis. Die van jou maak je niet zelf mee.’ ’Nee jammer genoeg niet.’ Dat was het allesbeslissende moment […] zou het niet een goed idee zijn om mijn eigen begrafenis mee te maken? En ergens anders opnieuw te beginnen? […] Met mijn ontslagvergoeding  en spaargeld denk ik het zeker een jaar of tien te kunnen uitzingen in Italië.’ De scherpzinnige manier van schrijven en Groens gortdroge humor hoofdstuk na hoofdstuk, maakt ook dit boek hoogst grappig, zoals dat ook in zijn dagboeken het geval is. Krijgt Arthur het samen met zijn vrienden voor elkaar - gezien zijn obsessieve fascinatie voor begrafenissen en crematies - zijn eigen dood tot in de puntjes te regelen? Afra ergert zich voortdurend aan Arthur en ziet ertegen op als hij na zijn ontslag thuis zit: ‘Beetje zuchtend zijn benen optillen als ik er met de stofzuiger even bij moet. Zich hardop afvragen waarom er elke dag was gedraaid moet worden. Oost-Indisch doof boven zijn krant hangen als ik hem iets vraag.’ Groen vertelt graag, hij heeft het in zijn vingers, ook in dit verhaal waarin een onbestelbaar retour gestuurde brief de daverende plot in gang zet.

Ellen de Jong   2018