Stevens, Herman 2018

Als je maar goed schrijft

Literatuur betekent onbekende werelden verkennen. Daarom heb ik altijd graag boeken van vrouwen gelezen. Die krijgen vaak niet de aandacht die ze verdienen. Ik probeer dat te doorbreken door het oeuvre van Maria Stahlie, Wanda Reisel en Margriet de Moor maar ook jongere schrijfsters als Nina Polak en Bregje Hofstede in essays het volle licht te geven, aldus romanschrijver Herman Stevens, die ook vijftien jaar lang literatuur voor onder meer Het Parool besprak.
Het sterke geslacht, uitgave Prometheus, begint met hoofdstuk Schrijvers komen van Venus. Daarin stelt Stevens dat: Waar in de twintigste eeuw ook maar serieuze literatuur werd gemaakt, vrouwen hoorden er niet bij. Er zijn wel grote schrijfsters, Virginia Woolf, Marguerite Yourcenar, Carry van Bruggen, er zijn er genoeg. Maar die waren nooit lid van de club. Nu nog staan vrouwen apart in de geschiedenisboeken. Ook in ons land. Hella Haasse hoorde niet bij de Grote Drie, en ze kreeg ook niet de positie die Jan Wolkers naast de Grote Drie opeiste, want ze was een vrouw. [] De Anna Bijnsprijs nu (Opzijprijs) werd in 1985 ingesteld om ervoor te zorgen dat er af en toe ook een schrijfster werd bekroond. Het juryrapport van de Libris Literatuurprijs zorgde in 2006 voor grote opschudding: Slechts n vrouw had de shortlist gehaald. [] Het rapport repte van de vele lichtgewicht vrouwelijke wissewasjes die de jury onder ogen waren gekomen. Pikant was dat de juryvoorzitter die dit verhaal oplas een vrouw was. Gerrit Komrij was van mening dat vrouwen, naar bekend, een mysterieus vermogen hebben om uren, dagen, maanden, jaren te converseren over Hoegenaamd Niets. De meerderheid van het leespubliek, aldus Stevens, bestaat uit vrouwen, en toch kijken we nog steeds naar literatuur alsof het een land is waarin alleen mannen wonen. Vrouwen zijn maar te gast. In het jaar 2006 sloeg het om. Er stond een nieuwe generatie schrijfsters klaar: Onder meer: Hanna Bervoets, Nina Polak, Lize Spit en Maartje Wortel debuteerden ruim voor hun dertigste jaar: Deze generatie presenteert een totaal nieuw type schrijfster. Onafhankelijk. Vrij. Ze doen geen moeite om als vrouw in de smaak te vallen. Tot slot van dit opzienbarende hoofdstuk schrijft Stevens: Voor mannen liggen de beste tijden in het verleden. Voor vrouwen gaat de beste tijd nog aanbreken. Het wijze besluit van CPNB sluit hierbij aan: Boekenweekauteurs vanaf nu even vaak vrouw als man.
In de volgende hoofdstukken bespreekt Stevens het werk van Doeschka Meijsing die altijd wel een heldin van me is geweest, van Lorrie Moore, Margriet de Moor, Wanda Reisel, Maria Stahlie, Mensje van Keulen en van opvallende jongere schrijfsters als Bregje Hofstede en Nina Polak. Hij uit zijn bewondering in vloeiende zinnen, maar hij bejubelt ook het boek Alles wat is van schrijver James Salter en ventileert zijn mening over Philip Roths Boek The Dying Animal: [] het blijft raden wat de schrijver wil met deze roman.
Maar het maakt niet uit of je man of vrouw bent, concludeert Stevens, als je maar goed schrijft. Slecht schrijven blijft voor Stevens het grootste kwaad. In het nawoord licht hij toe: De keuze van de besproken auteurs en boeken berust geheel op mijn smaak. Het zijn allemaal literaire auteurs voor wie de verbeelding op de eerste plaats staat. [] Ik zou nog tien auteurs kunnen kiezen, en misschien doe ik dat nog wel eens. Dat is te hopen want deze ode aan Het sterke geslacht verlangt naar meer.

Ellen de Jong  2018