Mayer-Hirsch, Nechamah

Verhalen over joods Nijkerk

In Museum Nijkerk werd onlangs Alleen de poes was blij en andere verhalen over joods Nijkerk gepresenteerd. Geschreven door Nechamah Mayer-Hirsch en onder meer voorzien van familie fotos. Uitgave: Nabij Producties. Veel verhalen van joodse families uit Nijkerk vormen een belangrijk deel van het boek, vaak van voor de oorlog. Na de oorlog is de Nijkerkse joodse gemeente opgegaan in die van Amersfoort. Nechamah wijdt een paar hoofdstukken aan haar tante, Annie de Liever, die, bevlogen als ze was, voor de Joodse Jeugdkrant schreef.

Aan de hand van die stukken kon Nechamah de verschillende relaties tussen de families die in de jaren 30 in Nijkerk en elders leefden, blootleggen. Annie was de jongste dochter van Nechamahs orthodox joodse grootouders en zij de enige kleindochter van dezelfde grootouders. Annie woonde met haar ouders, zuster en broer op het Singel 28 in Nijkerk. Nechamah kwam in 1945/46 op datzelfde adres wonen, nadat haar moeder Gesina de Liever haar van het onderduikadres had gehaald. Ze werd hoofdzakelijk opgevoed door haar oma. Ze beschrijft hoe haar getalenteerde tante een enthousiaste onderwijzeres werd aan een Jodenschooltje in Baarn. Ze werd vergast in Sobibor, 21 jaar oud. Nechamahs moeder trouwde met David Hirsch, die haar vader werd. Haar ouders doken onder in Nijkerk, maar haar vader werd opgepakt en overleefde Auschwitz niet. Daardoor zou ik nooit meer een gelukkig kind zijn.

Schilderij (tje)

Nechamah vertelt in Mijn eigen onderduikverhaal dat haar katholieke pleegouders een schilderij aan de muur hadden hangen met de heilige familie erop. Ze was ziek en haar pleegmoeder die bang was dat ze dood zou gaan zette het schilderij in haar bed. Ik gilde het uit van  angst, maar kon haar niet vertellen waarom ik zo bang was. Pas lang na de oorlog, heb ik het haar verteld. Toen liet ze me het schilderijtje zien. Piepklein. Toen Nechamah als volwassene een dergelijke afbeelding zag kreeg ze een angstaanval. De slogan: Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar de oorlog nooit uit een kind, bleek maar al te waar te zijn. Toen Nechamah vier jaar was ging ze naar de Christelijke Bewaarschool. Ze kreeg overal de schuld van en stond vaak op de gang.

Poes

Later op de Openbare Lagere School werd het nog erger: Hoewel het op school heel prettig was, liep ik op straat weer op tegen de oorlogsideen die Nijkerk vergiftigd hadden. Als klein donker meisje werd ik door kinderen van de school met de Bijbel uitgescholden voor rotjodin. Zij ging met haar opa naar het schoolhoofd. Na de klacht te hebben aangehoord zei deze: Ach meneer De Liever, jullie hebben toch Jezus vermoord. Nooit eerder had ik mijn opa zien huilen. []Mijn oma zei wel eens dat alleen de poes blij was dat ze weer terugkeerden. Die is de hele oorlog lang om het huis blijven dwalen. Op de laatste bladzijde van het boek schrijft Nechamah dat ze in haar kamer - ter herinnering aan een familie - een vlieger had staan van blauw doorschijnend papier met een grote goudkleurige davidster erop geplakt: en keer slechts heb ik de vlieger opgelaten. Je zag de davidster rijzen en dalen zoals het lot van het volk, wiens teken het is. Nechamah maakte met intense betrokkenheid van de verhalen een eenheid en houdt zodoende de Nijkerkse joodse gemeenschap levend, opdat dit stuk navrante geschiedenis nooit uitgewist zal worden.     

Ellen de Jong  2018