Messud, Claire 2018

Een vriendschap die op scheuren staat

Je zou denken dat ik er inmiddels overheen was. De familie Burnes is al lang verhuisd. Er zijn twee jaar voorbij. Maar toch kan ik nog steeds niet op de rotsblokken aan de rand van de steengroeve liggen zonnen of mijn tenen onderdompelen in het koele, heldere water [] zonder de constante gedachte in mijn hoofd dat Cassie er niet meer is. []Het is net alsof ze er nooit geweest is. In Meisje in brand van Claire Messud (1966), schrijfster van vijf romans,  uitgave Ambo|Anthos, vertaling Tjadine Stheeman, vertelt Julia hoe de vriendschap tussen haar en Cassie verliep. Ze leerden elkaar op de kleuterschool kennen. Ze was het kleinste meisje van de klas en de omvang van haar enkel was de omvang van mijn pols. Ze had glanzend witblond haar, bijna albino zo licht, haar huid was doorschijnend en neigde naar roze. Ze zijn allebei enig kind en wonen in Roystone (Massachusetts). Julia komt uit een welgesteld gezin, haar vader is tandarts en haar moeder journaliste. Cassie woont alleen met haar moeder, een doorgewinterde verpleegster. Haar vader is overleden. Julia en Cassie delen veel samen: ze helpen in een dierenasiel en gaan naar de steengroeve, die gevuld is met prachtig, ongewoon grijsgroen water, een kleur die je ook wel op oude olieverfschilderijen ziet. Ze gaan stiekem naar een verlaten gesticht, dat ooit een psychiatrische inrichting voor vrouwen was. Een magische plek die helemaal alleen van hen was: [] een toneel voor onze mooiste denkbeeldige avonturen. Ik moest de warme zon en de krekels, de kleurige veldbloemen als een geschenk zien in plaats van een duistere dreiging. Cassie en ik - twee meisjes van twaalf  - hadden de macht om alles wat we verzonnen werkelijkheid te laten worden.
Bonnybrook, zo heette het gesticht, was onze onwaarschijnlijkste, meest levensechte ervaring tot dan toe maar tegelijk ook een droom-een droom die Cassie en ik op wonderbaarlijke wijze op hetzelfde moment beleefden, we hoorden en voelden alles samen. [] In Bonnybrook had ik het gevoel tegelijk in Cassies hoofd als in het mijne te zijn, alsof we n geest hadden en de grenzen ervan samen konden verkennen, verhalen konden verzinnen en onszelf herscheppen tot wie we wilden zijn. [] Ik ken haar zo goed dat haar gedachten de mijne zijn, ik kan in haar huid kruipen, de wereld vanuit haar ogen bezien  - onze blauwe ogen die ons tot zusjes maakten [] totdat de persoon die ik dacht te kennen onder haar huid was gegroeid en van me was verwijderd. Het boek heeft een bijzondere cover: een vervormde lucifer die en profiel een meisjesgezicht suggereert. Messud beschrijft een bijzondere vriendschap met als rode draad dat we elkaar nooit echt kennen, laat staan doorgronden, zelfs niet degenen van wie we het meeste houden. Haar vergelijking van een derecho - een storm ontstaan door de klimaatverandering -met een vriendschap die op scheuren staat is een schot in de roos. Messud maakt dat je als lezer over jezelf gaat nadenken n over de vriendschappen die je hebt. Zijn die wel zo echt?

Ellen de Jong  2018