Barbeau-Lavette, Anaïs 2018

Het gevoel nergens bij te horen



Auteur Anaïs
Barbeau-Lavalette (1970) schreef een gefictionaliseerde biografie over haar
grootmoeder: ‘De vrouw die vluchtte’, uitgave Querido, vertaling Katelijne De
Vuyst, die meermalen bekroond werd. Ze heeft deze grootmoeder, Suzanne, van
moederszijde, nooit gekend. Om te weten te komen waarom Suzanne haar man en
twee jonge kinderen verliet én om haar leven in beeld te brengen, roept ze de
hulp van een privédetective in. ‘Je moest doodgaan opdat ik belangstelling voor
je zou opvatten.’ Suzanne groeit op in Ottawa, in een zoals ze zelf ervaart, verstikkend
gezin. Ze is een rebels meisje dat moeilijk gezag aanvaardt en al jong seksueel
rijp is. Als ze op een dag gaat biechten brengt ze haar gezicht bij het
rooster, met een borende blik, ze zoekt de man met haar ogen: ‘Langzaam steek
je je tong in elk gleufje, en hij, aan de andere zijde brengt geen woord meer
uit. Je bent opgelucht. Hij zal je niet vergeten.’ Suzanne verlaat haar
ouderlijk huis op haar achttiende en vertrekt naar Quebec, nadat ze een
spreekwedstrijd heeft gewonnen. We schrijven 1947. Ze heeft het over de vrijheid
van vrouwen aan het einde van de oorlog : 
‘Nu ze eindelijk het huis uit zijn gegaan. Je weet dat het choquerend
is: de plaats van de vrouw is aan de haard. […] Je krijgt een staande ovatie.’
Suzanne komt in aanraking met kunstenaars die wars zijn van de heersende moraal
en conventies. Ze gaat in Montréal studeren. Ze sluit zich aan bij de
kunstenaarsbeweging van de Automatisten en voelt zich thuis bij hen en weet nu
‘dat er een elders op je wacht. Wat je niet weet, is dat er altijd zo’n elders
zal zijn, en nooit hetzelfde. Dat wordt je tragedie.’ Maar zover is het nog
niet. Suzanne gaat gedichten schrijven. ‘Ze bedreef als eerste vrouw ooit het automatische schrijven. Ook waagde ze zich als eerste aan klankexperimenten
in de trant van Gauvreau’, vernemen we later. Een van de kunstenaars, Marcel,
schildert automatische schilderijen en met hem trouwt ze op haar
tweëentwingste en wordt Suzanne Barbeau. Ze krijgen een dochter, Suzanne is
idolaat van haar: ‘Ze ruikt naar mos uit de bossen. Je kruipt erin weg.’ Maar
ze voelt zich buitengesloten omdat haar poëzie niet wordt erkend. Marcel gaat
zijn schilderijen tentoonstellen. ‘Ze haat de leegte die hij achterlaat.’
Suzanne wordt weer zwanger en krijgt een zoon. Ze is weg van hem, maar nadat ze
vreemd is gegaan ‘ze is één en al hunkering’, gaat ze scheiden van Marcel en
verlaat haar kinderen, die ze ergens onder brengt. Een schokkend besluit. Ze
krijgt weer een relatie maar ‘je gaat weg, zoals je dat zo goed kunt. […] Het
gevoel nergens bij te horen. Je draagt het sinds je kindertijd mee.’ Na nog wat
hachelijke avonturen is ze intussen een vereenzaamde oude vrouw van 83 geworden
en al dienen haar kinderen en kleinkind Anaïs zich aan, het is te laat.  Ze overlijdt op 23 december 2009. In vaak
afgemeten zinnen ontvouwt de roman zich: het effect daarvan is des te
schokkender en grijpt je van A-Z bij de keel.



 



Ellen de Jong  2018