Banville, John 2018

'Mevrouw Osmond': Een roman die bol staat van verwikkelingen

De Ierse schrijver John Banville (1945), won in 2005 de Man Booker Prize voor zijn roman ‘De zee.’ Hij publiceerde meer dan vijftien romans en is al jaren een van de belangrijkste kandidaten voor de Nobelprijs. Hij schreef - gefascineerd door de klassieke roman ‘The Portrait of a Lady’ (1881) van Henry James (1843-1916) - er een vervolg op: ‘Mevrouw Osmond’. Uitgave Querido, vertaling Arie Storm. ‘The Portrait of a Lady’ gaat in het kort over de Amerikaanse Isabel Archer. Ze erft van haar oom een grote som geld en vertrekt met haar tante naar Engeland. Daar loopt ze de veel oudere Amerikaan Gilbert Osmond tegen het lijf. Ze trouwt met hem in Rome en ze verwacht veel van het huwelijk, naïef als ze is. Gilbert blijkt op haar geld uit te zijn en dat niet alleen: hij bedriegt haar ook gruwelijk op andere fronten. Isabel vertrekt, vastgelopen in haar huwelijk, naar Engeland om bij haar stervende neef Ralph te zijn, zeer tegen de zin van haar man. Banville neemt in ‘Mevrouw Osmond’ de draad weer op: Isabel vond altijd troost bij haar ongeneeslijk zieke neef Ralph: ‘de persoon die in de wereld het meest van me hield, en van wie ik op mijn beurt het meest hield.’ En nu hij dood is en zij afscheid van hem neemt en oude vriendinnen ontmoet met wie zij lange gesprekken voert, overdenkt ze haar leven en in het bijzonder haar benauwende huwelijk: ‘Van wat ze had geleerd van de gehuwde staat - en ze had veel geleerd, ook, tegen een hoge prijs, over zichzelf en over hoe het in de maatschappij was geregeld - scheen die haar niets anders toe dan een terugkeer naar prehistorische tijden, een code van veel vluchtiger en ruwere rituelen van macht en onderwerping.’ Ze beseft voor alles dat ze vrij wil zijn en ze zegt tegen een vriendin dat ze van plan is haar fortuin te gebruiken om haar vrijheid te kopen, ‘dat ik mijn emancipatie ga najagen…mijn recht zo je wilt.’ Isabel ontmoet onverwacht de zus van haar man, Amy, gravin Gemini, die haar broer haat. Ze vertelt Isabel wat een slechte man hij is en wat hij allemaal achter haar rug uitspookte, vele jaren lang. Later krijgt ze nog meer van haar bediende Staines te horen. Dat onder meer haar man en zijn minnares Serena Merle (een vroegere vriendin van haar)  haar ‘zo grondig hadden misleid en gedurende zoveel jaren was nauwelijks verbazingwekkend - ze was de ongelukkigste dwaas van de wereld geweest - maar voor hoeveel anderen waren ze erin geslaagd hun indiscreties in duisternis te hullen? Isabel keert na lang wikken en wiggen terug naar Rome en gaat de confrontatie met haar echtgenoot aan. Ze heeft adembenemend goede kaarten in handen om hem en Madame Merle te kunnen overtroeven. Zal het haar lukken? Banville schrijft lange, melodieuze zinnen die passages lang rustig voortkabbelen, om dan weer in een stroomversnelling te raken. Het boek staat bol van verwikkelingen, achterklap en bedrog, thema’s die Banville als rasverteller en bekwaam stilist haarfijn analyseert.

Ellen de Jong 2018