Enter, Stephan 2018

‘Compassie’ van Stephan Enter: lyrisch en poëtisch

Veertiger Frank van Luijn kiest voor een leven zonder verplichtingen, de sleur van een bestaan met een vaste partner staat hem tegen. Hij is wel eens eenzaam daar de meeste mensen hem gaan vervelen, hij vindt ze niet boeiend en niet ontwikkeld genoeg. Hij heeft wel relaties, maar spreekt liever over ‘affaires’ en memoreert dat het woord huwelijk op slechts twee woorden rijmt, te weten gruwelijk en afschuwelijk. In ‘Compassie’, van Stephan Enter, auteur van onder meer de meerdere malen bekroonde roman ‘Grip’(2011), uitgave Van Oorschot, lezen we dat Frank, de ik-verteller in het boek, het internetdaten ontdekt, ‘de grote snoeppot’ en zich inschrijft bij een datingsite. Hij komt met een aantal vrouwen in contact, maar: ‘Vijf weken daten heeft me niets meer gebracht dan wat ik in mijn sociale verkeer kan vinden.’ Hij klikt op een avond in mei voor de laatste keer door de foto’s en wil zijn profiel wissen en het abonnement beëindigen. Maar dan verschijnt er toevallig een foto van een jonge vrouw die hem ogenblikkelijk aantrekt. Vooral haar ogen ‘diep donkerbruin, glanzend’, laten hem niet los: ‘Er zit iets in die ogen en die lach - een intens verlangen om te leven, om het volste uit het leven te halen, te leven zonder reserves…En nog iets, iets wat ik niet kan benoemen.’ Ze heet Jessica, ze is half Duits en ze is kunsthistorica. Frank woont in Utrecht, zij in Amsterdam. In café Schiller op het Rembrandtplein ontmoeten ze elkaar voor het eerst. Frank is haar eerste vriend. Ze raken verliefd en hij voelt zich geweldig, hij beseft dat hij leeft: […] ‘hoe kan het dat ik zo lang al niet meer echt heb geleefd, en dat niet heb gemerkt?’ Ze blijven elkaar zien en delen veel met elkaar, ‘Ons esprit lijkt volmaakt op de ander afgestemd.’ Op het moment dat ze met elkaar naar bed gaan ziet Frank tot zijn grote schrik op een van haar onderarmen bleke littekens. ‘Ik kon niet bij mijn gevoel’, zegt ze. […] ‘Ik ben in therapie, en ik gebruik antidepressiva. En ik ben als kind vroeger gepest. Zo nu weet je alles.’ Later ziet hij dat ze nauwelijks borsten heeft en dat er iets raars is met haar lichaamsverhoudingen, ze heeft niet echt een taille. ‘Ik kan er niet precies de vinger op leggen, maar hoe dan ook vind ik haar lichaam volstrekt onopwindend.’ Ze blijkt ook frigide te zijn. Frank bedenkt dat hij ervoor zal zorgen dat ze zich een tijdlang gelukkig voelt bij hem, want tenslotte is hij haar eerste vriend, maar dan zal hij haar loslaten. Hij blijft, toegewijd als hij is,  intens met haar omgaan: hij houdt van alles wat hij voor de eerste keer aan haar waarnam. ‘Maar ze windt me niet op.’ Frank beseft dat hij, als het tot een breuk komt, heel verdrietig zal zijn, want hij is gek op haar. En zij zal zich zo gekrenkt en vernederd voelen. Hij heeft compassie met haar. Maar hij kan nog steeds geen beslissing nemen, want zijn leven heeft nog nooit zo’n glans gehad als met haar. Echter, voor hem houdt seks, ‘een vorm van allesvullende euforie in’ […] en dat zal ik nooit meer meemaken als ik bij Jessica blijf.’ Zal zijn compassie met haar winnen? Enters stijl is lyrisch en poëtisch en hij houdt deze schrijfwijze meesterlijk vol, tot en met het meditatieve slot.

Ellen de Jong  2018