Starnone, Domenico 2017

Een wrang portret van een gezin dat ontwricht raakt

De ware identiteit van de succesvolle schrijfster Elena Ferrante, onder meer bekend van de alom bejubelde Napolitaanse romans, is onlangs onthuld. Domenico Starnone (1943) blijkt de echte schrijver te zijn. Hij is auteur van veertien romans en verhalenbundels. Zijn werk is bekroond met onder andere de Premio Strega. In zijn recent verschenen roman ’Strikken’, uitgave Atlas Contact, vertaling Manon Smits, slaat Jhumpa Lahiri in haar voorwoord de roman hoog aan. ‘Begin aan dit boek. Lees het, herlees het. Ontdek de woorden, de stem, de vingervlugheid van deze fantastische schrijver’, raadt ze aan. De roman beslaat drie delen. Boek I opent met een aantal brieven van Vanda die getrouwd is met Aldo. Na twaalf jaar huwelijk wil Aldo vrij zijn, hij verlaat Vanda en zijn twee kinderen, Sandro en Anna, en vertrekt vanuit Napels naar Rome. Hij wil een nieuw sprankelend leven opbouwen met de veel jongere Lidia. In de brieven spuwt Vanda haar gal over Aldo uit: ‘Misschien ben jij het vergeten, waarde heer, maar ik zal je eraan helpen herinneren: ik ben je vrouw. […] Ik denk dat het nog niet tot je doordringt wat je me hebt aangedaan. Begrijp je wel dat het voor mij voelt alsof je je hand in mijn keel hebt gestoken en net zolang bent blijven trekken en trekken, tot je mijn hart uit mijn borst rukte?’ En: ‘Je ziet ons als obstakels voor jouw geluk, je ervaart ons als een valstrik waardoor jouw verlangen naar genot wordt verstikt, je beschouwt ons als een irrationeel, kwaadaardig overblijfsel uit je verleden.’ Aldo trekt zich er niets van aan, hij geniet met volle teugen met zijn geliefde van zijn herwonnen vrijheid. Vanda is wanhopig en doet een poging tot zelfmoord, waarop Aldo niet reageert. Hij zoekt haar niet op en informeert niet hoe het met haar gaat en hoeft ook niet te weten hoe de kinderen erop reageerden: ‘niets, zelfs niet haar dood, zou me kunnen beletten om Lidia lief te hebben.’ Maar na vier jaar wil hij de band met zijn kinderen herstellen en hen ontmoeten. Vanda staat het toe. Aldo neemt ze mee naar een bar. Hij heeft het voornamelijk over zichzelf en hoopt dat ze hem vragen gaan stellen. En dan komt Anna met een totaal onverwachte vraag, knikkend naar haar broer: ‘Is het waar dat jij hem veters hebt leren strikken?’ Aldo laat zien hoe hij het doet en dan blijkt dat Sandro net als zijn vader op een wel heel bijzondere manier zijn veters strikt, en dat losmaken en weer strikken brengt hen dichter bij elkaar voelt Aldo en beseft dan wat hij zijn kinderen ontnomen heeft en de schade die hij hen heeft berokkend ‘door hen te beroven van affectieve zekerheden […].’   
De dagen daarna huilde Aldo dagen en nachten lang, oppassend dat Lidia het niet merkte. In Boek II kijkt Aldo terug op zijn leven. Het is veertig jaar later, hij is inmiddels, nadat Lidia vertrok, terug bij Vanda. Zij heeft hem zijn avontuur nooit vergeven en wijst hem voortdurend verbeten terecht. Ook de band met zijn kinderen is nooit echt hersteld. Vanda en hij zijn een uitgeblust stel dat langs elkaar heen leeft zonder enige saamhorigheid. Alleen de kat krijgt hun liefde. In Boek III doen Anna en Sandro hun verhaal: ze zijn uit op het geld van hun ouders die hen, zo stellen ze, kapot hebben gemaakt. Zullen ze zich op hen wreken? Het is een wrang portret van een gezin dat ontwricht raakt. Starnone schrijft recht voor zijn raap. In een korte, bondige stijl laat hij ons zien hoe wij mensen in elkaar verstrikt kunnen raken en niet bij machte zijn de knopen te ontwarren.

Ellen de Jong 2017