Matthijsen, Alma 2017

Met ‘Vergeet de meisjes’ steelt Alma Mathijsen de show

Alma Mathijsen (33) brak in 2014 door met ‘De grote goede dingen’, ‘Vergeet de meisjes’, uitgave De Bezige Bij, is haar derde roman. Het boek gaat voor het grootste gedeelte over de verhouding tussen schrijfster Iris Kouwenaar (38), dichter Gerrit Kouwenaar was een achteroom, en Kay Idle (36). Iris debuteerde met ‘Antidote’. Ze werd met deze roman wereldberoemd. De boeken die ze daarna publiceerde kregen weinig aandacht. Ze raakte langzamerhand in de vergetelheid. Bovendien werd ze zeer ziek en was ze niet meer in staat om iets op papier te krijgen. Had dat wellicht te maken met het feit dat ze verliefd was? Een emotie die ze in het verleden wantrouwde: ‘Voor ik Kay had, wist ik het niet, hoe je moet liefhebben. Ik heb de liefde nooit begrepen. Ik liet mezelf niet verliefd zijn, wantrouwde elk gevoel dat ermee gepaard ging. Alles was immers een stofje in mijn hoofd, dat kon niet echt zijn.’ Iris en Kay vertrekken vanuit Amsterdam naar Voorhorst (West-Friesland), het keurige geboortedorp van Iris. De Amerikaanse journalist Fields krijgt van zijn hoofdredacteur de opdracht er achter te komen hoe het Iris vergaat, waar ze zich schuilhoudt en haar vervolgens te interviewen over ‘Antidote’, het beroemde boek dat twintig jaar geleden zo’n ophef maakte en nog steeds actueel is. Fields voelt er weinig voor, hij heeft het boek nooit gelezen, het interesseert hem ook niet. Toch gaat hij, helaas krijgt hij Iris niet te spreken, wel Kay. Later lukt het hem in hun huis te komen en zich onzichtbaar te maken. Vanuit de slaapkamerkast heeft hij zicht op de twee vrouwen. De zieke Iris wordt optimaal verzorgd door Kay - ze krijgt goed te eten en vooral veel yoghurt met de nodige hoeveelheid pillen - en schermt haar af van de buitenwereld. Fields hoort hoe ze elkaar koosnaampjes geven en hoe Iris Kay verhalen vertelt over zeemeerminachtige vrouwen die in Korea op kokkels duiken: ‘Feministen van de zee’. Kay hangt aan Iris’ lippen en ze kan van haar verhalen niet genoeg krijgen. Fields observeert als een volleerde voyeur de innige relatie tussen de twee, die niet erotisch is. Het is een vriendschapsliefde, waarin ze samen willen verdwijnen, met als ultiem doel ‘uiteindelijk in elkaar op te gaan.’ Fields ontdekt dat Kay een dagboek bij houdt, waarvan Iris niets afweet. Hij opent het en leest onder meer de volgende regels: ‘Ik haat dat ik nooit zal schrijven als jij, dat ook al produceer je niks, je nog steeds beter bent dan ik. […] Ik heb niks, behalve dit wat ik hier doe, dit zielige. Dat is extreem pijnlijk voor mij. En dan maak je verhalen voor me, omdat je weet dat ik wil wegdrijven. Jouw hoofd is waar ik wil wonen. Ik hoop dat je het begrijpt.’ Fields constateert dat het de woorden van een droevige vrouw zijn, van ‘iemand die zich niet op haar plaats voelt.’ Als Kay op een keer even weg is wordt Fields door Iris betrapt. Hij mag van haar blijven en haar wat vragen stellen en vervolgens vertelt ze Fields: ‘Kay onweerde mijn leven binnen en haalde alles onderuit waarvan ik dacht dat het zekerheden waren. Al mijn rituelen liet ik een voor een varen tot alleen de liefde overbleef.’ Fields maakt mee dat er een boom op hun huis valt en de kamer in zakt. En dan raken de gebeurtenissen in een stroomversnelling: recht op de briljante plot af. Voordat het zover is wil Iris op een zeker moment Kay schrijven. Fields geeft haar briefpapier: twaalf bladzijden lang beginnen de regels die Iris schrijft met: ‘Ik herinner me…’.  Ik geef een paar voorbeelden:
‘Ik herinner me  dat we ons samen terugtrokken.’ ‘Ik herinner me dat we elke uitnodiging afsloegen omdat we samen zoveel groter waren dan een viering van wat dan ook.’ ‘Ik herinner me hoe ik verleerde te schrijven, hoe de drift me langzaam verliet.’ Ik herinner me hoe elke dag iets meer verdween van de wereld van nu.’ Ik herinner me nog meer yoghurt.’ Ik herinner me dat ik mezelf een weg naar buiten zocht.’ Mathijsen steelt met dit schitterende - literaire- hoogstandje de show. Ze doet dat overigens met haar hele boek.

Ellen de Jong 2017