McEwan, Ian 2017

In ‘Notendop’ laat Ian McEwan een foetus aan het woord

Ian McEwan is een bekende Engelse schrijver. Hij maakte naam met onder meer ‘Aan Chesil Beach’, ‘Boetekleed’ en ‘De kinderwet’. In zijn laatst verschenen roman ‘Notendop’, uitgave De Harmonie, vertaling Rien Verhoef, luiden de eerste zinnen als volgt: ‘Hier ben ik dan, ondersteboven in een vrouw. Met mijn armen geduldig over elkaar wacht ik af en vraag me al wachtend af in wie ik me bevind en wat ik verwachten mag.’ En later op de pagina: ‘Nu, geheel op mijn kop, zonder nog maar een centimeter ruimte voor mezelf, met mijn knieën tegen mijn buik gepropt, worden mijn gedachten en mijn hoofd geheel in beslag genomen. Ik heb geen keus, mijn oor is dag en nacht tegen de bloedige wanden gedrukt. Ik luister, onthoud en ik maak me ongerust. Ik hoor slaapkamerpraat met dodelijke opzet en verstijf van angst voor alles wat me te wachten staat, wat me mee zou kunnen slepen.’ McEwan laat het ongeboren kind van Trudy en John het verhaal vertellen. Trudy heeft gebroken met haar man en heeft een affaire met zijn broer: Claude. Hij, de foetus, luistert mee met de gesprekken die ze voeren en hij hoort door de radio muziek en het nieuws, ‘bron van alle boze dromen.’ Hij neemt alles in zich op, want hij heeft niets anders te doen dan ‘mijn lichaam en mijn geest te laten groeien,[…].’ Op een avond eten Trudy en Claude in een restaurant: […] ‘ze hebben de zware menukaart op hun schoot - ik voel de onderrand van die van Trudy in mijn lendenen.’ Ze kiezen een wijn uit: ‘Ik deel graag een glas met mijn moeder. […] Ik weet dat alcohol mijn intelligentie zal verminderen.’ Op een dag vangt hij een vreemd gesprek op tussen zijn moeder en Claude. Ze willen een misdadig plan uitvoeren, namelijk zijn vader John vermoorden. Het huis ‘waar Trudy, met mij in zich woont, en waar Claude elke nacht langskomt’, is oud en zeer vervallen. Er speelt zich heel wat af, daar worden onder meer de plannen gesmeed op welke wijze ze John uit de weg zullen ruimen. ‘Wie is deze Claude, deze bedrieger die zich tussen ons gezin en mijn hoop heeft gewurmd? […] Hij zal mij vermorzelen.’ Als Trudy en Claude de liefde bedrijven is hij daar niet blij mee: ‘Ik doe mijn ogen dicht, ik knars met mijn tandvlees, ik zet me schrap tegen de baarmoederwand. Bij deze turbulentie zouden de vleugels van een Boeing lostrillen.’ Hij is ook bang dat hij later door zijn moeder en Claude geloosd zal worden als zijn vader dood is. Zal het zover komen? Hoe bijzonder dat McEwan een foetus - zich uitend in een verheven, bloemrijke taal vol cynisme en humor - tot hoofdpersoon van zijn boek maakt! De vragen die de foetus zich stelt herinneren aan Shakespeares Hamlet. McEwan koos dan ook als motto voorin het boek: O God, ik kon in een notendop besloten zijn en mij koning van een onbegrensde ruimte rekenen, als ik maar geen boze dromen had.’ Subliem vertaald is het boek een feest om te lezen!

Ellen de Jong 2017