Gárdos, Péter 2017

‘Ochtendkoorts’: een poëtisch liefdesverhaal

Filmregisseur en auteur Péter Gárdos ( Hongarije, 1948) ‘kreeg in 1998’, aldus de flaptekst ‘drie dagen na de dood van zijn vader een stapel brieven, die sinds 1946 niet meer waren ingekeken. Ze bevatten het verhaal van de bijzondere manier waarop zijn ouders elkaar ontmoet hebben, het verhaal waarop hij Ochtendkoorts heeft gebaseerd.’ Het boek is uitgeven door Ambo|Anthos en vloeiend vertaald door Rebekka Hermán Mostert. Zoon en auteur Péter Gárdos vertelt hoe het leven van zijn ouders verliep.Tussen 1945 en 1946 correspondeerden zijn vader Miklós en zijn moeder Lili Reich met elkaar. Miklós overleefde vernietigingskamp Bergen-Belsen en kwam na de oorlog terecht in een vluchtelingenkamp in Zweden. Hij lijdt aan tuberculose en volgens zijn arts heeft hij hoogstens nog zes maanden te leven. Hij was journalist toen hij uit zijn baan werd gezet door de eerste Jodenwet. Miklós is vijfentwintig jaar en hij besluit brieven te gaan schrijven aan Hongaarse vrouwen die ook een kamp overleefd hebben en eveneens in Zweden opgevangen werden. Hij schrijft er 115, allemaal hebben ze dezelfde inhoud. Hij hoopt op die manier een vrouw te vinden waarmee hij wil trouwen. Hij krijgt achttien antwoorden op zijn brieven. ‘Uiteindelijk begon hij een briefwisseling met meer dan tien van hen, onder wie Lili.’
Aan haar schrijft hij brieven die inhoudelijk anders zijn. Lili is achttien jaar en woont met twee vriendinnen in een kamp in Eksjö, Miklós zit met vrienden in kamp Avesto, honderden kilometers van Lili vandaan. Al snel schrijft hij haar: ‘Nu komt er een heel rare vraag: Hoe staat het met de liefde? Als ik niet uitkijk wordt u nog boos op me, omdat ik zo indiscreet ben! Na enige maanden gaat Miklós - dokter Lindholm verbiedt het hem, daar hij elke ochtend 38,2 koorts heeft - met de trein naar het vrouwenkamp om zijn ‘nichtje’ te bezoeken. Drie dagen lang. Als Lili hem ziet met zijn metalen tanden - zijn echte tanden zijn er in Bergen-Belsen uitgeslagen - en met een bril waarvan één glas ontbreekt dat met krantenpapier is afgeplakt, schrikt ze. Maar dat duurt niet lang als ze zijn stem hoort en ze stof voor een winterjas van hem krijgt. ‘En toen begonnen ze te praten gretig, zonder hun zinnen af te maken, alsof er een stuwdam doorbrak. Ze vielen elkaar in de rede, ze waren opgewonden en ongeduldig, ze wilden alles in één keer inhalen. Maar over het belangrijkste spraken ze niet.’ En dat zijn de verschrikkelijke gebeurtenissen die beiden in de oorlog hebben meegemaakt. Gárdos wijdt er een paar pagina’s aan, hij staat er niet lang bij stil, want hij richt zijn blik op de toekomst van de twee, niet op hun verleden. Ze besluiten te gaan trouwen, ‘De Zweedse koning Gustav V stuurde een telegram waarin hij de pasgehuwden van harte gelukwenste nu ze elkaar eeuwige trouw beloofden terwijl ze ternauwernood het concentratiekamp hadden overleefd.’ In 1946 komen ze in Boedapest aan. In het naschrift schrijft Gárdos dat hij vijftig jaar lang niets afwist van het bestaan van de brieven. Na zijn vaders dood gaf zijn moeder hem de twee pakketjes brieven. ‘Je vader heeft me met zijn brieven verleid’, ‘zo vertelde mijn moeder het verhaal van lang geleden, en op haar gezicht verscheen een kenmerkende lieve grijns.’ Zijn ouders hadden de twee pakketjes brieven 50 jaar lang niet opengemaakt, ze hadden ze trouw bewaard […] ‘totdat ze opeens bij mij terechtkwamen, als gevolg van mijn moeders beslissing en mijn vaders goedkeurende knikje uit het hiernamaals.’ In een sobere, maar rijke beeldtaal is het een poëtisch liefdesverhaal dat menig lezer in het hart zal treffen.

Ellen de Jong 2017