Pinborough, Sarah 2017

De geraffineerde opbouw houdt de spanning erin

‘Wat jij niet ziet’ van Sarah Pinborough bestaat uit drie delen, waarin  drie personages de hoofdrol spelen: Louise, een alleenstaande moeder, psychiater David en Adele, zijn vrouw. Uitgave: the house of books. Vertaling Nathaly Schrijnder. Louise ontmoet David in een kroeg. Het klikt direct tussen hen, ook fysiek. Later gaat ze bij hem werken als secretaresse en wordt hij haar baas. Ze doen alsof er niets aan de hand is maar ze vergeten elkaar niet. Op een gegeven moment komt Louise Adele tegen, ze botsen op straat tegen elkaar op. Ze worden vriendinnen en spreken vaak met elkaar af. Louise merkt al snel dat er zich in de relatie tussen David en Adele hoogst merkwaardige dingen afspelen… David en Louise krijgen een verhouding, terwijl het huwelijk van Adele en David steeds slechter wordt. Adele zegt niet tegen David dat Louise haar vriendin is en ook Louise zegt er niets over tegen David. Dat is een van de vele geheimen waar Pinboroughs boek bol van staat. Louise krijgt nachtmerries want ze wil Adele niet bedriegen, maar ze kan ook niet zonder David. Ze heeft ook steeds het gevoel dat er iemand is die haar in de gaten houdt en weet wat ze uitvoert…Pinborough beschrijft ook Adeles traumatische verleden: ze verloor haar ouders toen het huis afbrandde. Ze was totaal van slag en moest worden opgenomen in een psychiatrische inrichting. Pinborough zet de lezer telkens op het verkeerde been, want ze geeft keer op keer een andere draai aan het verhaal waardoor je het spoor bijster wordt. Want wie of wat is de oorzaak van die brand geweest? Ook blijkt dat David en Adele toen ze elkaar pas kenden samen iets hebben meegemaakt waar niet over gesproken werd. Adele heeft ook een ander verhaal over haar huwelijk dan David en wie spreekt er nu de waarheid? Je denkt na zo’n 200 bladzijden te weten hoe een en ander in elkaar steekt, maar dan zet Pinborough je weer op een dwaalspoor en dat doet ze met veel vernuft. Dankzij die geraffineerde opbouw blijft ‘Wat jij niet ziet’ spannend. Het slot is helaas moeilijk te vatten want er wordt te vaak over dromen en een ‘tweede deur’ gerept en als de een in het lichaam van de ander treedt: ‘We traden eerst buiten onze eigen lichamen, telden tot drie en gingen toen de ander binnen’, is de plot vaag en in feite: zoek. Maar de aanloop ernaar toe staat als een huis.

Ellen de Jong  2017