Wells, Benedict 2018

Een roman die bewonderenswaardig goed in elkaar zit

Jules Moreau, de verteller in de alom bejubelde roman ‘Het einde van de eenzaamheid’,  - uitgave Meulenhoff, vertaling Gerda Baardman - waarmee de Duitse auteur Benedict Wells (1984) doorbrak, krijgt een motorongeluk. Na twee dagen in coma te hebben gelegen wordt hij wakker en komen er een stoet aan herinneringen bovendrijven, die steeds verder in de tijd teruggaan. Jules is elf jaar en de jongste uit een fijn gezin: zijn vader is een wat melancholische man, die - voelt Jules al jong - verdriet en angst heeft gekend. Zijn moeder is een vrolijke, ontwapende vrouw, zij is de spil van het gezin. Marty, Jules’oudere broer, is een zonderling, zus Liz is een rebelse meid die doet waar ze zin in heeft. Jules is een echte durfal, hij houdt van avontuur. De kinderen zijn alle drie in München geboren. Aan hun geborgen jeugd komt abrupt een einde als de ouders omkomen bij een auto-ongeluk. Ze komen in een internaat terecht waar ze van elkaar worden gescheiden. Het verlies van hun ouders raakt diep aan de essentie van hun bestaan. Ze groeien uit elkaar en vooral Jules is op het internaat erg eenzaam en voelt zich onveilig. En dan komt klasgenote Alva in beeld. Ze heeft koperrood haar en een bleke huid. Ze komt naast hem zitten. Ze is ook elf jaar. Jules vertelt haar dat zijn ouders zijn overleden. Ze worden elkaars beste vrienden. Jules is inmiddels negentien en schrijft verhalen. Alva had een zusje dat op een dag spoorloos verdween en nooit meer terugkwam. Ze zoeken troost bij elkaar, beschadigd als ze beiden vanaf het begin van hun leven zijn, en ze ontdekken dat ze de liefde voor literatuur en muziek delen. Maar Alva blijkt een donkere kant te hebben. Ze verdwijnt plotseling uit zijn leven en daarna gaat het bergafwaarts met hem. Jules stopt met zijn rechtenstudie, die hij inmiddels is begonnen en trekt zich steeds meer terug in zichzelf. Maar dat kluizenaarsbestaan gaat hem meer en meer tegenstaan, […] ‘dat onvermogen om aan het leven deel te nemen. Altijd alleen maar gedroomd, nooit echt wakker geworden.” Op een avond ontmoet hij Alva weer, ze is intussen getrouwd met een beroemde auteur. Zij en haar man blijken in Zwitserland, in de bergen te wonen. Alva vraagt of Jules naar hen toe wil komen en dat doet hij. Er ontstaat een bijzonder soort driehoeksverhouding die geen lang leven is beschoren. Uiteindelijk trouwt Jules met Alva , ze hebben tenslotte voor elkaar gekozen, hoewel er nog altijd ‘iets duisters in haar vibreerde.’ Ze krijgen een zoon en een dochter en hun leven loopt op rolletjes: ‘Er bestond een vertrouwdheid tussen ons die oneindig leek, als twee spiegels die elkaar weerspiegelden.’ Betekent die vertrouwdheid en die liefde voor elkaar het einde van de eenzaamheid? Wells geeft daar tot slot een onverwacht antwoord op. Het is in alle opzichten, maar vooral psychologisch gezien, een roman die bewonderenswaardig goed in elkaar zit, met Jules als verteller en hoofdpersoon, omringd door personages die Wells stuk voor stuk ook tot hun recht laat komen.

Ellen de Jong      2017