Patchett, Ann 2017

Hoe twee gebroken gezinnen verder moeten

Ann Patchett (Los Angeles 1963) schreef vier, bekroonde, romans. Haar zevende, getiteld ‘Gemeengoed’, uitgave De Bezige Bij, vertaling Hien Montijn, begint met Bert Cousins, een man van de rechtbank, die onuitgenodigd op het doopfeest van Franny Keating, dochter van Beverly en Fix Keating, verschijnt. Met een fles gin in een zak. Gastheer Fix, die politieagent is, durft hem niet te weigeren, want hij kent hem niet, alleen van naam en gezicht en hij stond ook niet op de gastenlijst. Bert is getrouwd met Teresa, en ze hebben drie kinderen en een op komst. Hij wil zijn gezin op deze zondagmiddag in 1964 ontvluchten en hoorde van een collega dat Keating een doopfeest gaf. Zijn komst heeft drastische gevolgen: Als Fix hem eruit had gegooid waren de volgende vijftig jaren, die Patchett op Berts verschijning op het doopfeest laat volgen, totaal anders gelopen. Voor alle tien hoofdpersonen, te weten: Echtpaar Keating met hun twee dochters Caroline en Franny, echtpaar Cousins met zoon Cal en Albie en dochter Holly en Jeanette. Als Bert namelijk de vrouw van Fix, Beverly ziet, beneemt ze hem de adem: zo mooi en verleidelijk is ze. Hij kust haar: ‘Dit was het begin van zijn leven.’ Deze kus leidt tot een definitieve breuk in beide huwelijken. Bert trouwt met Beverly en verhuist naar Virginia, Fix en Teresa zijn de dupe en blijven achter. Evenals hun kinderen, zes in totaal, die nu met elkaar opgescheept zitten en gedwongen worden hun vakanties samen in Virginia door te brengen: ‘ze haatten elkaar niet en evenmin bezaten ze ook maar een greintje familiegevoel […] Als ze alle zes bij elkaar waren, leken ze meer op een stel kinderen uit een vakantiekamp dan op een gezin, willekeurige kinderen die afgezet waren op hetzelfde trottoir. Van hun onderlinge betrekking was weinig te merken, ook niet tussen de bloedverwanten.’  Wat ze gemeen hadden was dat ze niet van hun ouders hielden. ‘Ze haatten hen.’ Patchett beschrijft op een luchtige, maar reële manier, en blijkgevend van een scherp psychologisch inzicht en observatievermogen, hoe het leven van die tien personen verloopt. Hoe die twee gebroken gezinnen verder moeten, hoe de vier volwassenen en de zes kinderen hun weg moeten vinden. In negen hoofdstukken waarbinnen de vijftig jaar verstrijkt, beschrijft Patchett een verhaal uit die bijzondere familiegeschiedenis, waarbij ze de levens van alle tien onder de loep neemt. Omdat ze veel personen opvoert en het boek vijftig jaar bestrijkt, waarin de kinderen opgroeien, zelf trouwen en kinderen krijgen en hun ouders na de scheiding weer scheiden, tenminste een paar, waarna ze opnieuw partners vinden, moet je vaak terugbladeren in het boek om met ze mee te kunnen leven. Eén persoon in ‘Gemeengoed’ is een beroemde schrijver, hij beschrijft het verhaal van de zes kinderen in een roman. In een interview zegt Patchett: ‘Ik bén die schrijver.’ Ze vroeg toestemming aan haar familie voor ze het boek ging schrijven. Gelukkig kreeg ze die.

Ellen de Jong 2017