Rabinyan, Dorit 2017

In ‘Grensleven’ beschrijft Dorit Rabinyan de onmogelijke liefde tussen een Israëlische jonge vrouw en een Palestijnse jongeman

In drie delen beschrijft de Israëlische schrijfster Dorit Rabinyan, die  debuteerde met ‘Perzische bruiden’( 1995), de liefdesgeschiedenis van de Israëlische Liat en de Palestijn Hilmi. Uitgave Atlas Contact, vertaling Ruben Verhasselt. Liat studeert een aantal maanden in New York. Hilmi is kunstschilder. Ze leren elkaar in een café kennen en het is meteen raak: ‘Hoe kan ik de eerste indruk van die lang vervlogen seconden destilleren? […] Hoe in een paar lijnen het volledige beeld vangen in zijn breedte en diepte?’ De 29-jarige Liat komt uit Tel Aviv en de twee jaar jongere Hilmi uit Ramallah. Liat gaat op een avond met Hilmi mee naar zijn appartement in Brooklyn. Na een hartstochtelijke nacht blijven ze zich aan elkaar warmen in de ijzig koude winter die New York vijf maanden lang teistert. Ver van huis en de kloof tussen Israël en Palestina beleven ze frank en vrij hun intense verbondenheid, die Rabinyan prachtig verwoordt: […]’ik vertel niemand hoe snel hij in vuur en vlam staat, als een distelveld ontvlamt voor me, constant vurig naar me verlangt, me begeert en om me heen drentelt. Of hoe die mooie nachten zijn als een appel die nooit opraakt en elke keer dat hij geschild wordt nieuw vruchtvlees aanmaakt.’ Maar er komen zoals te verwachten moeilijke momenten. Als Liat haar minnaar meedeelt dat ze begin jaren ’90 in militaire dienst was en zich bedenkt dat haar toenmalige vriend die helikopterpiloot was wellicht huizen van Hilmi’s vrienden of familie onder vuur nam. En als Hilmi vertelt dat hij als vijftienjarige jongen in een Israëlische gevangenis moest omdat hij een Palestijnse vlag op een muur in Hebron had geschilderd. Liat wil niet dat Hilmi erbij is als ze haar moeder of zus belt, die absoluut niets van haar verhouding met Hilmi mogen weten. Hilmi kan dat niet verkroppen. Liat op haar beurt wordt nijdig als Hilmi het niet voor haar opneemt tijdens een hoogoplopende politieke discussie met zijn broer. Maar de liefde overwint toch elke keer, ze horen bij elkaar ondanks hun verschillende achtergrond. Desondanks weet Liat dat deze liefde eindig is en als ze terugkeert naar haar ouders en familie zal ze er dan ook een punt achter zetten. Intussen ontwikkelt Hilmi zich tot een bekend kunstschilder en schildert dag en nacht: ‘Buiten gaan hagelbuien en gierende winden tekeer, op daken en vensterbanken hoopt de sneeuw zich op. En in het atelier, midden in een zondvloed van beelden, vlekken, lijnen en vormen, is hij verwoed aan het werk, met een soort haastige, dringende, rusteloze gretigheid.’ Hij verwaarloost Liat, er is geen plaats meer voor haar, zo obsessief is hij bezig. Maar hij komt weer tot zichzelf en ze vinden elkaar opnieuw, al zegt ze tegen hem, tijdens een wandeling in de kou, dat misschien het mooie van alles de tijdelijkheid is: ‘Die eindigheid van ons hier. Zonder toekomst […].’ Liat wordt op een dag ziek, doodziek zelfs, ze heeft een bacteriële infectie opgelopen. Hilmi verzorgt haar en koestert zijn geliefde. Ze wordt weer beter en het afscheid nadert. Liat gaat in de zomer terug naar Tel Aviv. Later vertrekt Hilmi naar Ramallah. Ze bellen elkaar: ‘Weer met hem praten. In Israël, midden in de stad, met hem staan praten. […] De melodie van zijn stem horen in een Israëlische straat, tegen de achtergrond van het Hebreeuws om me heen, het Arabische accent in zijn hese Engels […].’ Rabinyan verrast de lezer met de onverwachte, grenzenloze afloop, na haar prachtige beschrijving van de verzengende, in feite onmogelijke, liefde tussen twee jonge mensen. Tegelijkertijd laat ze zien hoe dramatisch de situatie is, zowel voor Israëliërs als Palestijnen.

Ellen de Jong 2017