Reid, Ian 2017

Psychologische thriller van Iain Reid: ‘Gedachten zijn de enige werkelijkheid.’

‘Ik denk dat het voorbij moet zijn’, is het fictie debuut van Iain Reid. Uitgave Prometheus, vertaling Dennis Keesmaat. ‘Zodra die gedachte opkomt, vat ze post. Ze laat niet los. Ze blijft hangen. Ze overheerst. Ik kan er niet veel tegen doen. Geloof me. Ze gaat niet weg […] Ze is er altijd. Altijd.’ De vrouwelijke ik-persoon heeft geen naam, haar vriend wel: Jake.  Hij zei ooit: ‘Soms is een gedachte dichter bij de waarheid, bij de werkelijkheid, dan een handeling. Je kunt alles zeggen, je kunt alles doen, maar een gedachte kun je niet veinzen.’ Het stel dat elkaar pas een aantal weken kent, maar wat is kennen, dat is de vraag van het boek. Zij wil de relatie met Jake beëindigen. Waarom? Hij wordt hoogleraar en filosofeert graag. Ze voeren lange gesprekken over de zin van het leven. En hij is niet onaantrekkelijk. Ligt het aan haar? Is zij wel in staat om een relatie te hebben? Is alleen zijn niet beter? Vaak denkt ze van wel. Toch zegt ze het niet tegen Jake. Tijdens een lange autorit die ze samen maken met als doel Jakes ouders op hun boerderij op te zoeken, gaat aldoor haar mobiel die ze niet opneemt. Het is een anonieme beller die haar voortdurend belt, op een nacht wel twaalf keer. Allemaal van haar nummer! Ze kon horen dat het een man was, zijn stem was op een onaangename manier misvormd. Tegen Jake zegt ze dat het een vriendin is en dat ze geen zin heeft om met haar te praten. Ze wordt bang voor de beller en helemaal als ze zijn bericht afluistert: ‘Er is maar één vraag die beantwoord moet worden. Ik ben bang. Ik voel me een beetje gestoord. Ik ben niet helder […] Nu ga ik iets zeggen waardoor je van streek raakt: ik weet hoe je eruitziet. Ik ken je handen en je voeten en je huid. Ik ken je hoofd en je haar en je hart. Je moet niet nagelbijten.’ De telefoontjes zijn begonnen toen ze Jake maar net kende. Wie is de beller en wat wil hij? Ze praat er niet met Jake over, ze stopt haar angst liever weg. Tijdens de autorit zwijgt ze, maar denkt des temeer na. Zou ze beter af zijn zonder Jake? […] ‘samenleven als stel lijkt vrijwel onmogelijk toch? […] Misschien moet ik er niet meer aan denken en gewoon van hem genieten. Van ons genieten.’ En: ‘In plaats van vraagtekens bij Jake te zetten zou ik misschien vraagtekens moeten zetten bij mijn vermogen passie te beleven. Dit zou allemaal mijn schuld kunnen zijn.’ Als ze eindelijk bij Jakes ouders zijn is de spanning te snijden. Het zijn wonderlijke mensen die ze niet begrijpt. Ook van Jake krijgt ze geen hoogte, hij zegt nauwelijks iets. Reid laat de lezer voelen dat er iets niet klopt en dat gevoel wordt heviger naarmate het verhaal zijn loop neemt. Als ze op de terugweg naar huis zijn woedt er een felle sneeuwstorm. Ze belanden in een verlaten school en dan gebeuren er wel heel bizarre dingen die Reid de lezer mondjesmaat toevoegt, waardoor die met rode konen van spanning haastig doorleest en naar de plot snakt. Tussen de hoofdstukken door schreef Reid een aantal fragmenten, het zijn gesprekken, waaruit als je goed leest, uit op te maken valt dat het om een gruwelijke gebeurtenis gaat. Tegelijkertijd wijst die naar de climax waarvan je de rillingen krijgt. Een psychologische thriller die vragen oproept als: wie ben je eigenlijk en kan je iemand wel echt leren kennen en iemand jou? En, overdenkt de vrouw bij monde van Reid: “Gedachten zijn de enige werkelijkheid. Dat is gewoon zo. Ik weet het nu zeker.” Die - onthutsende - realiteit schiep Reid met een meer dan toegerust brein. 

Ellen de Jong  2017