Cusk, Rachel 2017

Transit

De vertelster uit ‘Contouren’ van de Canadese schrijfster Rachel Cusk komt weer terug in ‘Transit’,  dat er een vervolg op is. Uitgave De Bezige Bij, vertaling Marijke Versluys. Op de eerste bladzijde van het boek krijgt ze een e-mail van een astrologe ‘die zei dat ze belangrijk nieuws voor me had over gebeurtenissen in mijn nabije toekomst. Zij zag dingen die ik niet kon zien; mijn persoonlijke gegevens waren in haar bezit gekomen en aan de hand daarvan had ze de planeten kunnen raadplegen. Ik moest weten dat er zich aan mijn hemel binnenkort een belangrijke transit zou voordoen. […] Ze had zo’n vermoeden dat ik de weg kwijt was in het leven, […]dat het me soms moeilijk viel de zin van mijn huidige omstandigheden te ontdekken en de toekomst hoopvol tegemoet te zien; […].’ Evenals in ‘Contouren’ krijgt de vertelster, die schrijfster is, pas later in het boek een naam: Faye, die Cusk slechts één maal noemt. Ze vertrekt na haar scheiding met haar twee zoons van haar huis op het platteland naar Londen en koopt er een totaal vervallen woning die bewoonbaar gemaakt moet worden. Ze ontmoet haar ex-vriend Gerard, die nu getrouwd is en een dochter heeft. ‘Toen je bij me wegging,’ zei hij, ‘vond ik het een treurig idee dat je iemand anders liefde schonk, terwijl je die net zo goed aan mij had kunnen schenken.’ Ze blijft evenals in ‘Contouren’ afzijdig, hoewel minder, en komen de verhalen van anderen vooral aan bod. Ze worden onder meer verteld door een studente, een neef en degenen die haar huis renoveren. Op een literair festival treedt ze samen met twee andere schrijvers op. Eerst komt Julian aan het woord. Hij vertelt de toehoorders hoe hij mishandeld werd door zijn stiefvader en opgesloten werd in een schuur: ‘Hij zou niet uitweiden over zijn gevoelens in die tijd-[…] want dat stond allemaal in het boek.’ Louis, de andere auteur, zegt dat hij zich met zijn boek had willen uiten ‘op een manier waarin schaamte geen rol speelde […]Een bron van die schaamte was dat anderen hem kenden, maar wat ze van hem wisten was niet de waarheid. De waarheid was iets wat hij angstvallig voor anderen verborgen hield, […].’ Als de vertelster op het podium aan de beurt is leest ze iets voor: ‘Ik las voor wat ik had geschreven. Toen ik klaar was vouwde ik de papieren op en stopte ze weer in mijn tas, terwijl het publiek applaudisseerde.’ Wát ze voorlas vermeldt Cusk niet. Na afloop van het festival brengt de organisator haar naar het hotel waar ze overnacht. Als ze de trap naar de ingang oploopt kust hij haar. ‘Je bent net een tiener,’ zei hij. Hij kuste me langdurig. Behalve die ene opmerking zeiden we geen van beiden iets. Geen verklaringen, geen lieve woordjes. […] Welterusten, zei ik. Ik ging naar binnen en sloot de deur.’ Cusk wijdt weinig woorden aan deze scène en laat veel aan de verbeelding van de lezer over. Überhaupt geeft de vertelster zich weinig of niet bloot, de personen die ze spreekt echter wèl. Een uitzondering vormt het gesprek dat ze heeft met een man die ze amper kent en waarmee ze een eetafspraak heeft. Ze vertelt over haar huis waar de bouwvakkers verbleven, en waar het koud was en waar werken, eten of slapen onmogelijk was. En ze heeft het over haar onderburen die niet te harden zijn en haar het leven zuur maken. Ze heeft lang geloofd, zegt ze tegen de (naamloze) man, die ook zijn leven uit de doeken doet, ‘dat je de werkelijkheid alleen kon leren zien door je volkomen passief op te stellen […] Maar mijn besluit om onrust te zaaien door mijn huis te renoveren had een andere realiteit gewekt, alsof ik een beest dat in zijn hol lag te slapen wakker had gemaakt. Met als resultaat dat ik woedend werd.’ Dit keer dus geen eenrichtingsverkeer! De kracht van Cusk is dat ze de vertelster in ‘Transit’ meer dan in ‘Contouren’ een eigen stem geeft, al vormen de -overigens zeer interessante- verhalen van de anderen, opnieuw de hoofdmoot.

Ellen de Jong  2017