Lacey, Catherine 2017

Een vrouw op de vlucht voor zichzelf

Hoofdpersoon, de achtentwintigjarige Elyria in ‘Niemand is ooit verloren’ van de Amerikaanse debutant Catherine Lacey, Das Mag Uitgevers, vertaling Gerda Baardman en Lydia Meeder, wil weg uit New York. Ze wil ook haar man, haar werk als schrijfster van soapseries en haar ‘monstermoeder’, de rug toekeren. Ze vertrekt abrupt zonder ook maar iemand iets te laten weten. Ze kiest Nieuw- Zeeland met het adres van Werner, een onbestemde dichter, op zak. Ze kent hem nauwelijks maar ze besluit naar hem toe te gaan. Hij woont alleen op een boerderij. Na haar aankomst in Nieuw-Zeeland gaat ze liftend van de ene plaats naar de andere, op de vlucht voor zichzelf.  En voor het ‘wilde beest’ zoals ze het noemt, dat altijd in haar aanwezig is en iets wil vernietigen. Onderweg lift ze zowel met vrouwen als mannen mee, met alle risico’s van dien. Ze verblijft bij hippies en neemt wat baantjes aan. Ze beseft dat ze: ’niet alleen een scheiding van mijn man wilde, maar een scheiding van alles, een scheiding van mijn eigen geschiedenis […]’ Via flashbacks beschrijft Lacey Elyria’s jeugd met een gestoorde moeder die aan de drank was en een afwezige vader. En haar adoptief zusje Ruby die een einde aan haar leven maakte waardoor Elyria’s bestaan een andere wending kreeg: Ze trouwde daarna namelijk hals over kop met een mathematicus- Ruby was voor haar dood zijn student-assistente - die ze afwisselend man of docent noemt. Zijn moeder pleegde ook zelfmoord. In het begin zijn ze stralend verliefd: ‘want we werden verenigd door het verlies dat we gemeen hadden.’ Later verzandt hun huwelijk, al is het niet slecht. Waarom verliet ze hem eigenlijk? Want ze vertrok zonder een bepaalde reden, ‘al had ik misschien wel een paar onbepaalde redenen - […].’ Tenslotte komt ze bij Werner op zijn boerderij aan, ze krijgt er onderdak en helpt hem met klusjes . Ze vertrouwde erop dat ze hier voor onbepaalde tijd zou kunnen blijven. Zomaar op een avond, waarop Werner en zij samen aten op de veranda met uitzicht op het ravijn, was er een moment dat haar duidelijk bijbleef - ‘de lucht, Werner, mes op bord, vertellen hoe lammetjes sterven - […] maar vooral omdat ze op die avond voelde hoe het wilde beest ‘mokkend’ wegsjokte en ze iets van logica in zichzelf ontdekte en ‘ik zou niet zeggen dat ik gelukkig of zelfs tevreden was, maar ik had me ergens van ontdaan en ik was er gewoon.’ Elyria heeft geen plannen als Werner haar vraagt waar ze hierna naartoe gaat. Ze voelde zich ongemakkeijk , ‘want het leven hier was simpel […] en ik hoefde niet bij mijn man te zijn en niet bij mijn verleden’. En ze vermeed het na te denken over ‘het wilde dier met al die tanden dat op me af kwam denderen en dat toekomst heette, sinds ik hier was aangekomen hield mijn wildebeest zich al maanden stil […].’ Maar dat kon ze Werner niet uitleggen. Hij begrijpt haar niet blijkt als hij haar vraagt: Wat is er toch in je gevaren, in iemand zoals jij? Elyria vroeg zich dat overigens zelf ook af en constateert dat ze haar brein niet kan repareren: […] ‘ik ben geen breimachinereparateur, ik ben gewoon de eigenares van een brein, net als iedereen, […].’ Werner vindt het tijd worden dat Elyria vertrekt. Maar waar moet ze heen? Ze komt na een verwonding in een ziekenhuis terecht en komt tot de slotsom dat ze ‘te veel’ was voor haar man, dat hij haar ‘niet kon dirigeren’ en: ‘dat ik altijd het verkeerde wattage voor mijn man had gehad, dat ik zijn circuit altijd verstoorde, dat ik iets was wat hij nooit helemaal kon dragen.’ Zou ze ooit weer bij hem terugkomen? Daar ze ‘voor altijd onderweg’ wilde zijn, ‘zonder ooit aan te komen.’ 
Prachtig vertaald in welluidende, lang uitgesponnen zinnen met veel zeggingskracht, en bijzondere taalvondsten (‘er zong een ambulance’, ‘die zwarte oceaan die in de zwarte lucht dreef en zout in elk open oor fluisterde’), is het een wanhopige zoektocht van een vrouw op de vlucht voor zichzelf: in alle opzichten een uitmuntend debuut, dat hopelijk een vervolg krijgt.

Ellen de Jong    2017