Liptrot, Amy 2017

‘De uitweer’: Indringende memoires van Amy Liptrot

‘Op deze avond in mei, […] als zeekoeten en drieteenmeeuwen met zandspieringen voor hun kuikens terugkeren naar de klippen, en schapen beschutting zoeken achter stapelmuren, is het de beurt aan mijn geschiedenis om zich te ontvouwen’, schrijft Amy Liptrot in haar debuutroman ‘De uitweer’, uitgave Ambo|Anthos, vertaling Robert-Jan Henkes. Ze is geboren op de Orkney-eilanden, die ten noorden van Schotland liggen. Ze groeit, samen met haar broer, op een boerderij op. Haar vader is manisch-depressief, haar moeder extreem gelovig. […] ‘de uitweer, is het hoogstgelegen stuk kustland boven de boerderij waar het gras altijd kort is, murw van wind en stuivend zeewater het hele jaar door.’ Amy maakt er de sterk wisselende seizoenen mee, de eeuwig waaiende wind en het stuivende zeewater, opspattend tegen steile rotsen en kliffen. Als tiener wilde ze al ontsnappen, op haar achttiende kwam het ervan. Ze had genoeg van haar schoonmaakbaantje op een olieterminal, het landelijke, saaie, en voorspelbare leven tussen de schapen. Ze gaat naar Londen en stort zich in het feestleven - ‘alcohol, drugs, relaties, seks- omdat ik de extremen wilde proeven zonder te denken aan de gevolgen, en altijd op zoek was naar sensatie en woest werd op al wie me waarschuwde om weg te blijven van de rand, van de afgrond. Mijn leven was ruig en verward.’ En: ‘Ik ging wennen aan een niet vol te houden betoverde levensstijl van zomerdagen met mooie mensen in het park en gedrogeerde avonden en nachten op feestjes.’ Amy verliest het ene baantje na het andere omdat vooral de drank haar in zijn macht heeft. Ze leeft in armoedige flats en smachtte af en toe ‘naar de open hemel en de grijze rotsen van Orkney.’ Ze krijgt een vriend, maar die houdt het niet bij haar uit, ‘na twee jaar verstrengelde levens’, verlaat hij haar: ‘Ik dronk mezelf weg - weg van hem en van iedereen. En: ‘In Londen, heb ik horen zeggen, ben je altijd op zoek naar een baan, een huis of een relatie. Ik wist niet hoe makkelijk en snel je ze alle drie kwijt kon raken.’ En hoewel Amy er weg was, hielden Orkney en de kliffen haar niet los. Het gaat steeds meer bergafwaarts met haar. Op een nacht heeft ze een visioen en ziet ze voor zich dat ‘een nuchter leven vol van hoop kon zijn, oogverblindend. […] en zei mezelf dat het mijn laatste kans was.’ Ze gaat afkicken in een groep bij de AA.  Het lukt haar na enige tijd de drank te laten staan. Maar de obsessie en de hunkering blijven. Ze gaat clean terug naar Orkney: ‘Ik ben weer op dit eiland aangespoeld, negen maanden nuchter, gladgepolijst en schoongeschrobd, als een kiezel.’ Ze gaat voor de Vogelbescherming werken en ze doet later ook mee met het maandelijks vogelonderzoek op het eiland Papay.  Hoewel ze nuchter is wil ze drinken, ze wil zich ‘losser’ voelen. En wat ‘de leegte’ dan zou moeten vullen: met die vraag blijft ze zitten, want er is een leegte, waarin ze de alcohol mist. Ze gaat in zee zwemmen, al is het ijskoud. Ook bezoekt ze internet uit en te na, op zoek naar allerlei wonderbaarlijke natuurverschijnselen. Na twee jaar droogstaan is de verleiding er nog steeds. Als ze op Papay tussen de rotsen een fles wodka vindt met nog ‘een flinke teug erin’, ademt ze de geur diep in. ‘Een impuls die trekt aan iets diep van binnen, […] zegt me dat ik het achterover moet slaan, vermengd met zeewater en zeemansspuug en al. En vervolgt ze: ‘De kracht die ik voel als ik een dag afsluit zonder mezelf te hebben bezopen: dat is de ware vrijheid. Ik schroef de dop weer op de fles, gooi de fles op de grond en lach hard en wild tegen de golven.’ Amy Liptrots geschiedenis die zich voor de lezer ontvouwde is een goudeerlijk verslag van haar verslaving aan alcohol en haar wil om er vanaf te komen. En hoe ze daarin slaagde, want ze voelde zich sterk: ‘De krachten kolken binnen in mij.’
Ingebed in Liptrots prachtige natuurbeschrijvingen, krijgen haar indringende memoires extra glans.

Ellen de Jong  2017