Ferrante, Elena 2016

Elena Ferrantes magistrale beschrijving van een bijzondere vriendschap

In het eerste deel van Elena Ferrantes Napolitaanse romans ‘De geniale vriendin’, beschrijft ze een bijzondere vriendschap tussen Lila en Elena, ook wel Lenù genoemd. Ze groeien samen op in een verpauperde volkswijk in het Napels van de jaren vijftig. Elena gaat naar het gymnasium, Lila besluit in de schoenmakerij van haar vader te gaan werken. Op een dag verdwijnt ze. In het tweede deel ‘De nieuwe achternaam’ lopen hun levens uiteen. Lila trouwt, Elena gaat in Pisa studeren. In deel drie ‘Wie vlucht en wie blijft’, heeft Elena een roman geschreven, ze trouwt en vertrekt naar Florence. Lila werkt in een fabriek en blijft in Napels. In deel vier ‘Het verhaal van het verloren kind’, het sluitstuk van Ferrantes Napolitaanse romans, alle delen uitgegeven door Wereldbibliotheek en vertaald door Marieke van Laake, zijn Lila en Lenù - zoals ik haar om verwarring te voorkomen voortaan noem - volwassen, waarna Ferrante hen oud laat worden. ‘Nu ik het pijnlijkste punt van onze geschiedenis nader, wil ik proberen op papier het evenwicht tussen haar en mij te vinden dat ik in het echte leven niet eens tussen mij en mezelf heb weten te vinden’, aldus Lenù, die Ferrante het woord laat voeren. Lenù en Lila zijn inmiddels dertig jaar. Elena wil in Florence van haar man Pietro scheiden en gaat daarna met haar twee dochters, Dede en Elsa, terug naar Napels. Lenù, die haar hele leven al bezeten is van jeugdvriend Nino, die eerst een verhouding met Lila had, wil niets liever dan met hem samenwonen. En dat gebeurt. Maar hij bedriegt haar keer op keer met andere vrouwen en als zij hem betrapt op overspel met de bediende in de badkamer - een scène die niets aan vulgariteit en duidelijkheid te wensen overlaat  - is de maat vol. Ze gooit Nino de deur uit. Lila is na wat omzwervingen getrouwd met Enzo, ze heeft een zoon, Rino, en ze is een zakenvrouw geworden. Lenù en Lila gaan nu weer met elkaar om, maar net als vroeger is hun vriendschap instabiel en zijn ze elkaars tegenpool. Lenù is de buurt ontgroeid, Lila is er echter deel van. Maar ze trekken toch naar elkaar toe al zijn ze tegelijkertijd elkaars rivaal. Ze raken beiden zwanger, Lenù van Nino, terwijl hij al weg is, en Lila van Enzo. Ze krijgen alle twee een dochter, Imma en Tina. Dat schept een band. Lila past vaak op de kinderen van Lenù, die aan haar schrijverscarrière werkt. Ze wonen samen in een armoedige flat, als er ruzie is horen ze dat van elkaar door het plafond. Wanneer ze op een dag door een hevige aardbeving i worden overvallen, is vooral Lila volkomen van slag. Ze zoekt steun bij Lenù en vertelt haar dat ze altijd ‘onrust’ in haar hoofd heeft. Ze heeft grote moeite zich stabiel te voelen, terwijl Lenù in alle omstandigheden overeind zou blijven, ‘ik was de punt van de passer die altijd stilstaat terwijl het potlood eromheen draait en cirkels trekt.’ De dochter van Lila, Tina, die ze verafgoodt, verdwijnt op een onbewaakt ogenblik en blijkt spoorloos. Hoe kon zoiets gebeuren?


Ouderdom
In het hoofdstuk ‘Ouderdom’ vertrekt Lenù naar Turijn, eindelijk keert ze Napels de rug toe. Waarom ging ze er toch eerder altijd weer naar terug? Ze is dan zestig jaar. Haar dochters zijn getrouwd en ze wordt grootmoeder en uitgever. Af en toe bezoekt ze Lila, die de weg is kwijt geraakt van verdriet om haar verdwenen dochter. Lenù publiceert Een vriendschap, […] ‘het verhaal van onze twee levens […].’ Lila had Lenù verboden om over haar te schrijven en ook niet over personen en gebeurtenissen uit de wijk. Lila weigert Lenù te ontmoeten, en laat niets meer van zich horen. Lenù constateert dat hun vriendschap voorbij is. Lila verdwijnt daarna in het niets, net zoals in het derde deel. En de poppen die Lila en Lenù in hun jeugd in een souterrain in de wijk hadden gegooid en die nooit teruggevonden werden, ziet Lenù in de epiloog van het boek boven op haar brievenbus liggen. Hoe kwamen ze daar, wie had ze daar neergelegd? ‘Misschien betekenden die twee poppen die meer dan een halve eeuw hadden overbrugd en helemaal naar Turijn waren gekomen alleen maar dat Lila het goed maakte en van me hield, dat ze buiten haar grenzen was getreden […].’  En: […] ‘nu Lila zich zo duidelijk heeft vertoond, moet ik me erbij neerleggen dat ik haar nooit meer zal zien.’


Het is Ferrante opnieuw gelukt van haar vierde deel een literair hoogstandje te maken. Ze schildert het broeinest van intriges, jaloezie en geweld in het Napels van de jaren ’70, ’80, met grote verve. Tegen die gewelddadige achtergrond beschrijft ze de familievetes, de constante dreiging van agressie: Ferrantes specialiteit. Maar de kern van alle vier haar romans, waarbij je herhaaldelijk van spanning vergeet adem te halen, is de relatie tussen Lila en Lenù. Die er een is van aantrekken en afstoten, elkaar beurtelings bewonderen, benijden en vernederen. In één woord magistraal is Ferrantes beschrijving van deze bijzondere vriendschap, die ze in vier delen uitkristalliseerde.

Ellen de Jong   2016