Salter, James 2016

James Salter speelt een spel met fantasie en werkelijkheid

‘Spel en tijdverdrijf’(1967) van de Amerikaanse schrijver James Salter (1925- 2015) is door uitgeverij De Bezige Bij opnieuw uitgegeven. De student Phillip Dean, die zijn studie aan Yale heeft afgebroken, maakt een tocht door Frankrijk. Hij komt in het stadje Autun aan waar hij logeert bij vrienden: Monsieur et Madame  Wheatland. ‘Nu, in het blauw van de herfst, een provinciale herfst die doordringt tot in het bot, zie ik haar terug, deze oude stad. De zomer is voorbij. De tuin verdort. De ochtenden worden kil. Ik ben dertig. Ik ben vierendertig  - de jaren verdorren als bladeren’, schrijft Salter. Dat hij een spel speelt met fantasie en werkelijkheid, blijkt al direct in het verhaal  - dat begin jaren zestig speelt- waarin een verteller zonder naam, zijn verhaal vertelt: ‘Ik vertel de waarheid niet over Dean, ik verzin hem. Ik schep hem vanuit mijn eigen onvolkomenheden, dat moet u altijd onthouden.’ En: ‘Ik zie mezelf als een agent provocateur of als een dubbelspion […] net als elke spion kan ik uiteraard mijn bronnen niet onthullen.’ Dean legt het in Autun aan met de achttienjarige Franse Anne-Marie Costallat. Ze is een eenvoudig, wat ordinair uitziend burgermeisje, met een sensuele uitstraling. Ze gaan al snel hartstochtelijk met elkaar naar bed. De verteller is er jaloers op: ‘Mijn eigen leven lijkt ineens niets, een afgedankt kostuum, een verzameling vodden, en ik loop, ik adem op het ritme van het zijne, dat sterker is dan dat van mij.’ Dean en Anne-Marie besluiten in een open luxe auto (een Delage) door Frankrijk te toeren. Ze bedenken onderweg namen voor het hotel dat ze samen op een dag zullen hebben. Dean denkt dat zijn vader hem wel geld zal geven. Ze bezoeken kastelen en hotels, eten en drinken er overvloedig en bedrijven de liefde alsof hun leven ervan af hangt. Salter beschrijft één van de vele bedscènes als volgt: ‘Hij tuimelt in het vochtige gebladerte van de liefde en rijst schoon als de lucht omhoog. Er niets aan haar dat hij niet aanbidt. Als ze klaar zijn ligt ze stil en slap, erdoor uitgeput. Ze is nu helemaal van hem, en ze liggen als dronkaards, met hun blote benen over elkaar. In de koude verte beginnen de klokken de duisternis te vullen, zo helder als psalmen.’ 
Hoe lang zal dit nog zo doorgaan? ‘Het hangt boven hun beider hoofd als een onuitgesproken vonnis. Het ligt in hun bed. Anne-Maries vreugde komt geheel voort uit de hoop dat ze nog maar aan het begin staan […], terwijl hij, als het negatief waarvan haar dromen worden afgedrukt, het tegenovergestelde ziet. Voor Dean is ieder uur hartverscheurend omdat het dichter bij het einde is.’ De twee geliefden zijn zich er nog niet bewust van, verkondigt de verteller en concludeert dat Dean ‘verbonden is met de kortstondigheid der dingen.’ Tegen het einde van het boek trouwen ze: ‘Ze leven in echtelijke gelukzaligheid boven de zee. De kamer is klein, maar er is een balkon en daaronder breken zacht de golven.’ Maar toch wil hij weg: ‘Hij heeft er genoeg van voortdurend met haar samen te moeten zijn.’ Was deze hele affaire, die nog een nasleep heeft, uiteindelijk alleen maar spel en tijdverdrijf? De titel van het boek doet dat vermoeden, maar alleen de verteller of is het Salter zelf - die zich verdekt achter de verteller opstelde omdat hij zich niet wilde blootgeven - die het antwoord weet? Wat voor de lezer vaststaat is dat Salter een sterk tot de verbeelding sprekende roman schreef met pakkende scènes waarin de erotiek hoogtij viert. In afgepaste zinnen, vaak met een melancholieke ondertoon, komen die door de prachtige vertaling van Else Hoog, volkomen tot hun recht.

Ellen de Jong 2016