Coetzee, J.M. 2016

‘De schooldagen van Jezus’ is een hemels geschenk

‘De schooldagen van Jezus’ is het vervolg op ‘De kinderjaren van Jezus’. Het boek werd genomineerd voor de Man Bookerprize. Uitgave Cossee, vertaling Peter Bergsma.
J.M. Coetzee (Kaapstad, 1940) voert Simon als hoofdpersoon op en laat hem het woord doen. Hij, Simón - het hele boek door noemt Coetzee hem: Hij, Simón - is de stiefvader van Davíd. Als kleine jongen is hij over zee naar een onbekend land gekomen. Simón die op het schip zag dat hij helemaal alleen was, ontfermt zich over hem. Later neemt Inés de rol van de moeder op zich. Simón en zij hebben echter geen intieme relatie. In Novilla beginnen ze een nieuw leven, maar ze vluchten omdat de autoriteiten hen Davíd willen afnemen en in een instelling willen plaatsen. Ze komen in het provinciestadje Estrella aan, en vinden er werk in een wijngaard. Davíd vermaakt er zich opperbest met vriendjes. Hij is een eigenwijze, eigenzinnige, zesjarige jongen, en vraagt voortdurend waarom dit en waarom dat. Hij weigert Simón en Inés als zijn ouders te erkennen en hij zegt dat Simón niet zijn echte vader is en Davíd niet zijn echte naam. ‘Wilt u weten wat mijn echte naam is?’ De lezer krijgt er geen antwoord op. In de titel noemt Coetzee de naam van Jezus, later in het verhaal niet meer. Is Davíd, die mensenredder wil worden, de Jezus van Coetzee? In Estrella gaat Davíd naar de dansacademie, want voor het gewone onderwijs is hij niet geschikt. Daar leert de wonderschone ballerina Ana Magdalena hem ‘de edele getallen’ dansen: De heilige getallen Twee en Drie. Volgens haar hebben de getallen een hemelse oorsprong: ‘In de dans roepen we de getallen van waar ze leven tussen de verre sterren naar beneden. We geven ons aan ze over in de dans, en terwijl we dansen leven ze, dankzij hun gratie, in ons midden.’ Davíd gaat er in op, hij is helemaal op zijn plaats op de academie en danst de sterren van de hemel! Simón en Inés begrijpen niets van de filosofie die Ana Magdalena uitdraagt. Simón, een rationele en nuchtere man botst herhaaldelijk met zijn zoon die hem verwijt geen hartstocht te hebben en niets te begrijpen van het mysterie van de dans zoals hij die ervaart. Op de academie vindt op een dag een crime passionel plaats, een zekere Dmitri speelt daar een belangrijke rol bij. Davíd is er getuige van. Wat voor invloed heeft dat drama op hem? Zal hij vergevingsgezind zijn? In de discussie met zijn vader over de moord zijn ze het opnieuw niet met elkaar eens. Als hij, Simón, later Davíd, terwijl ‘de logica van de dans hem volledig ontgaat’, tijdens een uitvoering ziet dansen weet hij ‘dat wat zich voor hem afspeelt buitengewoon is […] Met zijn ogen dicht, zijn mond open, in vervoering, zweeft Davíd met zoveel vloeiende gratie door de passen dat de tijd stil blijft staan […] bij zichzelf fluistert hij, Simón: denk hieraan! Als je in de toekomst ooit in de verleiding komt aan hem te twijfelen, denk dan hieraan!’ En dan komt het verlossende einde, dat hij, Simón, gaat dansen en en hoewel onwennig nog, heen en weer wiegt met de muziek. ‘Een gevoel van gelukzaligheid overspoelt hem […] er is alleen de muziek. Met zijn armen uitgestoken, zijn ogen dicht, schuifelt hij traag in een kring rond. Boven de horizon komt de eerste ster op.’ In Coetzees wel heel bijzondere boek lijkt het accent te liggen op de vader die probeert te begrijpen waardoor zijn zoon bezield wordt. Dankzij hem volhardend lief te hebben ervaart hij tenslotte iets van diens passie. ‘De schooldagen van Jezus’ is een hemels geschenk.

Ellen de Jong 2016