Harrower, Elizabeth 2016

Vastgelopen personages in ‘De wachttoren’

De wachttoren’ van Elizabeth Harrower Sydney (1928), verscheen in 1966 en geldt als haar meesterwerk. Uitgave L.J. Veen Klassiek. Vertaling Nicolette Hoekmeijer. Als de vader van Laura en Clare overlijdt blijven ze met hun moeder achter. Ze trekt zich niets van haar dochters aan en laat hen thuis alles doen, lui als ze is. Op een gegeven moment besluit ze Sydney, waar ze met z’n drieën wonen, te verlaten en naar Londen te gaan. Laura ziet haar droom om arts te worden in rook opgaan en Clare moet van haar geliefde school af. Ze blijven alleen achter. De werkgever van Laura, Felix Shaw, 20 jaar ouder dan zij, leek het een goed idee om met Laura te trouwen en Clare mee te nemen en met z’n drieën in een mooi, nieuw huis te gaan wonen. Beiden moesten wel in zijn fabriek werken. Dit alles speelt zich af in Sydney, eind jaren dertig. Het afscheid van de ontaarde moeder beschrijft Harrower als volgt: ‘Op die zonnige, winderige kade, […] waar ze afscheid moest nemen van haar moeder terwijl ze net was getrouwd en er een oorlog woedde, vloog het Laura ineens allemaal aan. Niets van dit alles - kade, schip, oorlog, huwelijk, afscheid - had ze zelf bedacht. Door wie was ze aan banden gelegd? Ze voelde zich geen mens maar een ding.’ En Clare deed het verdriet ‘om zo onverschillig uit elkaar te gaan. […] Niemand had ooit van Laura en van haar gehouden, deze vrouw nog wel het minst van allemaal.’ Het huis is mooi waar ze in wonen maar Felix ontpopt zich al snel in een verschrikkelijke tiran die niet van de alcohol kan afblijven. Hij richt de ene na de andere, niet altijd succesvolle, onderneming, op en reageert zijn agressie af op de zussen, die zich blauw moeten werken. Hij tart hen keer op keer en zijn woedeaanvallen, waarbij hij nogal eens wat kort en klein slaat, zijn onvoorspelbaar. Hij is een borderliner van het ergste soort. Wat Laura en Clare ook doen om het hem naar de zin te maken, het is nooit goed genoeg. Laura onderwerpt zich totaal aan hem en hoe hij haar ook uitscheldt, ze pikt het. ‘Hij wilde hen laten sidderen, wilde hen kapotmaken, wilde totale onderworpenheid.’ Clare verzet zich meer en schreeuwt Laura toe: ‘Je wilt nooit, maar dan ook nooit, de waarheid onder ogen zien. Ik wil vrij zijn! […]’ Maar Laura herinnert Clare eraan dat Felix hen gered heeft: ‘hij heeft tenminste in je onderhoud voorzien toen je nog geen werk had. Dat is meer dan onze eigen moeder heeft gedaan.’
Hoe dan ook, beiden blijven gevangenen van hem, hij is een machtswellusteling die ‘hun wezen wil verstikken.’ Waarom nemen ze de benen niet, vraag je je als lezer af. Het lijkt beter te gaan als Felix Bernard, zijn werknemer, besluit in huis te nemen. Hij is een armlastige Hollander die bovendien ziek is. Vooral Clare probeert hem er bovenop te helpen. En Felix schijn dit mannelijke gezelschap in eerste instantie goed te doen. Ze schaken samen gezellig. Maar toch blijkt later dat er met Felix geen goed garen is te spinnen. Harrower laat Clare ten lange leste haar eigen weg gaan, ze ziet kans zich te bevrijden uit haar ‘wachttoren’ en ook Bernard vertrekt. Hoe zal het Laura vergaan, om over Felix maar te zwijgen. Het einde voel je niet naderen, maar als het er is, sta je er versteld van. Zo’n doordachte en verrassende climax. Bovendien heeft Harrower de absolute gave diep in het wezen van haar personages, die vaak vastgelopen zijn in hun levens, door  te dringen.

Ellen de Jong 2016-10-01