James, Henry 2016

'Daisy Miller’: Een parel van taal

Met de novelle ‘Daisy Miller’ (1879) brak Henry James (1843-1916) door bij het grote publiek. De derde druk verscheen in mei 2016 bij uitgeverij Wereldbibliotheek.Vertaling Frank Lekens. De 27- jarige Amerikaan Frederick Winterbourne, dat ‘koude bergbeek’ betekent, woont al jarenlang in Genève. Hij ontmoet in het stadje Vevey, dat aan het meer ligt, Daisy Miller, een jong, zeer bekoorlijk meisje. Zij maakt een reis door Europa, samen met haar moeder en broertje. De charmante reisknecht Eugenio begeleidt hen. Rijke Amerikanen reisden aan het einde van de 19e eeuw veel naar het Oude Europa om cultuur op te snuiven. Het Amerikaanse meisje waar Winterbourne plotseling oog in oog mee staat, maakt een verpletterende indruk op hem: ‘Ja, Winterbourne had in lange tijd niet zoiets moois gezien als deze fraaie landgenote - haar teint, haar neus, haar oren, haar tanden. Hij was een groot liefhebber van vrouwelijk schoon.’ Zij vertelt hem dat ze in New York veel met heren omging. Winterbourne constateert dat Daisy vrijpostig, en ‘verdraaid vlot in de omgang’ is. Hij vraagt zich verbluft af,  gecharmeerd als hij van haar is, of ze gewoon een mooi onschuldig meisje is, (Daisy staat tenslotte voor madeliefje), dat het gezelschap van heren verkoos, of ‘een berekende, brutale, gewetenloze jongedame?’ Maar wellicht is hij de Amerikaanse manier van praten ontwend in het stijve calvinistische Genève. Nee, stelt hij later vast: ‘Ze was gewoon een mooie Amerikaanse flirt.’ Toch gaat hij met Daisy een kasteel bezoeken en dat wordt een succes. Als Winterbourne  haar meedeelt dat hij terugmoet naar Genève wil ze er niet van horen: ‘Nou meneer Winterbourne,’ zei Daisy, ‘ik vind u een nare man!’ Hij weet niet hoe hij het heeft: ‘Nog nooit had een jongedame hem de eer bewezen zo heftig te reageren op de aankondiging van zijn vertrek.’ Later reist hij Daisy achterna naar Rome. Ze blijkt er van het ene feest naar het andere te gaan. Vaak in gezelschap van Giovanelli, een elegante, innemende Italiaan die haar het hof maakt. Daisy geniet ervan en trekt zich nergens iets van aan, ze doet waar ze zin in heeft en is volkomen zichzelf. Winterbourne beticht haar van losbandigheid en van flirterig gedrag. Hij zou willen dat ze alleen met hem flirtte, maar zegt ze: ‘U bent wel de laatste met wie ik zou willen flirten […] u bent me te stijfjes.’ Op een avond betrapt Winterbourne haar met Giovanelli in het Colosseum. Hij waarschuwt Daisy voor de Romeinse koorts.   (Dat is malaria, staat in de noten, ‘over de oorzaak van de ziekte tastte men in het duister. Dat die werd overgedragen door muggen was nog niet bekend. Vandaar dat malaria hier wordt toegeschreven aan moerasdampen’). Daisy slaat zijn raad, om snel weg te gaan, in de wind. Dat komt haar duur te staan…
‘Toen Daisy Miller  in 1878 werd gepubliceerd, was het meteen een doorslaand succes’, schrijft Frank Lekens in zijn  verantwoording, en vervolgt hij: ‘James had blijkbaar een snaar geraakt met zijn verhaal over veranderende zeden en de verwarring die ontstaat op het snijvlak van twee culturen - zelfs als die twee culturen zo nauw aan elkaar verwant lijken als die van het jonge Amerika en het oude Europa.’ Daisy Miller is een parel van taal, helemaal af en onopgesmukt: zoals Daisy zelf.

Ellen de Jong 2016