Vigan, Delphine de 2016

‘Het ware verhaal van haar en mij’ van Delphine de Vigan: Een met groot vernuft opgebouwde roman

Nadat Delphine haar autobiografische boek over - personages geïnspireerd op haar naaste familieleden had gepubliceerd -dat bij de lezers veel losmaakte, stopte ze met schrijven. ‘Bijna drie jaar heb ik geen letter meer op papier gezet. En dat bedoel ik niet bij wijze van spreken, maar letterlijk: geen zakelijke brief, geen bedankje, geen ansichtkaart, geen boodschappenlijstje heb ik geschreven.’ Zo begint Delphine de Vigans boek ‘Het ware verhaal van haar en mij’, uitgave De Geus, vertaling Floor Borsboom en Eef Gratama. Schrijven maakte hoofdpersoon Delphine ‘doodsbang.’ Toen ze na een poosje wilde beginnen aan een boek en documentatie had verzameld, ontmoette ze L. ‘Nu weet ik dat L. de enige en uitsluitende oorzaak van mijn onmacht is geweest. En dat de twee jaren waarin we met elkaar omgingen me bijna voorgoed het zwijgen hebben opgelegd.’ Een paar maanden later nadat Delphine L. had ontmoet maakte ze deel uit van haar leven en ontregelde dat rampzalig, zoals later bleek. Ze kijkt in haar boek regelmatig terug in de tijd, om inzicht te krijgen in wat voor gevolgen die ontmoeting werkelijk heeft gehad. Ze beschrijft hoe L. een ‘ongekend talent had om een ander aan te voelen’ en ‘een gave om de juiste woorden te vinden […].’ Ook Delphine weet ze snel te doorgronden. L. is ghostwriter, ze legt zich toe op ‘autobiografieën van vrouwen: actrices, zangeressen en vrouwelijk politici [..].’
Roman over L.
L. woont vlakbij Delphine en het duurt niet lang of ze zien elkaar steeds vaker. Ze raken hecht bevriend: ‘L. fascineerde me als geen ander. L. verbaasde me, amuseerde me, intrigeerde. Intimideerde me.’ Maar ‘ze had iets’, merkte Delphine later, ‘waar ze niet de vinger op kon leggen, waar ze bang voor werd, zonder dat die angst een concrete vorm aannam.’ Delphine en L. voeren heftige gesprekken over waarheid en fictie in de literatuur. L. beweert dat schrijvers, dus ook Delphine in haar boeken, de waarheid moeten vertellen. Delphine echter meent dat ‘de werkelijkheid niet echt weer te geven is.[…] dat wat je ook schrijft, het uiteindelijk altijd fictie is.’ L. brengt haar tot zwijgen en boort Delphines plan om een fictieve roman te schrijven de grond in. Kan ze mede om die reden nog steeds geen ‘zin van meer dan drie woorden’ opschrijven? L. krijgt steeds meer vat op Delphine die geïsoleerd raakt van haar omgeving: ze neemt niet alleen haar leven maar ook haar werk over.  L. die, ondertussen bij Delphine is ingetrokken, helpt haar als ze in de put zit, en als ze haar middenvoetsbeentje  gebroken heeft, verzorgt ze haar. Maar schrijft Delphine: ‘Schijnbaar hielp, ondersteunde, beschermde ze me. Maar in werkelijkheid slokte ze mijn energie op. Ze maakte zich meester van mijn polsslag, mijn bloeddruk, en die verbeeldingskracht die me toch nooit in de steek had gelaten.’ Delphine ontvangt op een zeker moment anonieme dreigbrieven. Tot op het laatst blijft onduidelijk wie ze schreef. In de tijd dat Delphine en L. samenwonen (Delphine heeft een lat relatie met haar vriend en haar twee kinderen zijn de deur uit), vertelt L. bij stukjes en beetjes hoe haar, dramatische, leven verliep. Delphine krijgt dan plotseling het idee om een roman over L. te schrijven: ‘Het moment was gekomen om over het echte leven te vertellen. En het hare, meer dan het mijne, leek wel een roman.’
Als L. er niet is gaat ze de gesprekken die ze zich nog kon herinneren op haar mobiel vastleggen: ‘Op basis van L. zou ik een complex, waarachtig, ja levensecht personage creëren.’ En dat maakte ze waar! Dankzij de trefzekere vertaling komt elke zin tot zijn recht en zindert de met groot vernuft opgebouwde roman van spanning tot het grandioze, geraffineerde einde toe.

Ellen de Jong  2016