Swift, Graham 2016

Een zonnige zondag eindigt zwaar bewolkt


30 maart 1924: Moeders Zondag, het is een mooie dag, ‘net een junidag.’ Jane Fairchild, een tweeëntwintig jarig dienstmeisje dat in Berkshire op Beechwood House voor familie Niven werkt heeft die dag vrij om familie te bezoeken. Dat geldt voor al het huispersoneel. We volgen in de recente roman van Graham Swifts ‘Moeders Zondag’, met als ondertitel ‘Een romance’, uitgave Hollands Diep, vertaling Irving Pardoen, Jane Fairchild een dag lang. Ze is als vondeling in een weeshuis opgegroeid en heeft geen moeder om op die dag op te zoeken. Ze wil het liefst lezen en fietsen en genieten van het mooie weer. Maar haar minnaar Paul Sheringham - de drieëntwintig jarige zoon van vader en moeder Sheringham, die naast de Nivens op Upleigh House woont - vraagt haar naar hem toe te komen. Ze hebben al zeven jaar een strikt geheime affaire, terwijl hij verloofd is met Emma Hobday, een meisje van zijn stand. Op die zondag om elf uur was Jane alleen met Paul in Upleigh House: ‘Wat ze nooit eerder was geweest. […] Je bent mijn vriendin Jay’, had hij eens tegen haar gezegd. Ze had er een zweverig gevoel bij gehad.’ Op deze dag zullen ze elkaar voor het laatst zien en zonder haast met elkaar naar bed gaan. Na Pauls huwelijk zal hij advocaat worden in Londen. Zijn ouders lunchen met zijn aanstaande schoonouders en het personeel heeft vrij af. Swift beschrijft hoe ze, beiden naakt, communiceren. Met weinig woorden, maar met veelzeggende  blikken. Paul heeft op die middag nog een afspraak met zijn verloofde en hij verlaat Jane nadat hij zich met zorg aankleedde en verzorgde: ‘Zonder gedag te zeggen. Geen onhandige kus. Nog een laatste blik.’ Jane is nu alleen in het huis. Ze loopt naakt en wel van de ene kamer naar de andere en ziet foto’s van de twee zoons die in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld zijn. Ook de twee zoons van de Nivens zijn gestorven in de oorlog. Swift laat de nasleep van die oorlog bij de nabestaanden duidelijk voelen. Intussen speelt er van alles door het hoofd van Jane. Zou Paul nog op tijd zijn en zou hij ooit nog aan deze dag met haar terugdenken? ‘En hoe lang zou het bij hem duren, in zijn nieuwe leven, voordat de catalogus van deze plek uit zijn herinnering zou wegsijpelen?’ Op het moment dat ze het huis wil verlaten gaat de telefoon. Ze laat ‘m rinkelen. Swift maakt de lezer daarna deelgenoot van de dramatische gebeurtenis waarvan Jane nog niet op de hoogte is. Haar leven neemt later in de tijd zijn loop. Ze groeit uit tot een beroemd schrijver en ze wordt vaak geïnterviewd. Hoe en wanneer bent u schrijver geworden? Dat wordt haar vaak gevraagd. ‘Bij mijn geboorte. Bij mijn geboorte natuurlijk’, zei ze dan, zelfs toen het haar gevraagd werd toen ze al in de zeventig, tachtig of negentig was,[…]. Ik was een weeskind’, onthulde ze dan voor de zoveelste keer.’ Ze zou echter nooit over haar affaire met Paul Sheringham praten en ze zou nooit onthullen dat ze schrijver werd op een warme dag in maart, ‘toen ze tweeëntwintig was - en ze zonder ook maar een draad aan haar lijf door een huis ronddoolde - […].’ Op haar achtenveertigste kijkt ze terug op haar leven, ze is beroemd en intussen ook weduwe zonder kinderen […] ‘en nog niet eens halverwege haar verweesde leven.’ Als ze ruim negentig is constateert ze dat je de essentie te pakken moest zien te krijgen ‘van wat het betekent om te leven. Het ging om het vinden van een taal.’ Swift vond zijn specifieke taal en schreef pure, verstilde scènes, die hij tot in details uitwerkte. In een kalme, beschouwende en rustgevende stijl, passend bij een vredige, zonnige zondag die Swift zwaar bewolkt laat eindigen. Hoe ingenieus.

Ellen de Jong 2016