Broeckhoven, Diane 2016

Eerlijk verhaal over de relatie van een moeder met haar dochter

Drie uitgeputte 65-plus kinderen begeleiden hun moeder naar haar dood. Zij, Berthe Moreels, is tegen haar zin opgenomen in een ziekenhuis in Antwerpen. Moeder werd geboren in 1919, haar tweede dochter Diane Broeckhoven in 1946. Zíj schreef een autobiografisch verhaal over haar moeder met wie ze een moeilijke relatie had. In ‘Wat vooraf ging’, Uitgave: Vrijdag, begint Broeckhoven haar boek met hoofdstuk ‘Het einde’. Berthes grote liefde, Jan Broeckhoven, Dianes vader, is dan al overleden. Haar leven stopte op de dag dat hij stierf, ‘al is ze daarna nog een heel decennium en een bijna afgerond lustrum bij ons gebleven’, schrijft Broeckhoven. Ze vertelt in dit hoofdstuk hoe haar moeder ‘geen fysieke aanrakingen van haar jongste dochter’ verdraagt. En dat ze de oorlog met haar moeder overleefde, ‘door het principe van de onvoorwaardelijke liefde te beoefen, als een boeddhist.’ Dianes ‘vurigste wens en tegelijk ijdelste hoop is’, schrijft Broeckhoven, ‘dat ze, voor ze aan haar grote reis begint, iets liefs tegen me zegt. Iets warms. Dat ze van me houdt.’ In het volgende hoofdstuk ‘Wat vooraf ging’, verhaalt ze hoe moeder opgroeide met een tirannieke vader en een zachtaardige moeder die niet voor Berthe opkwam als haar man zijn dochter hardhandig behandelde. Ze is een eenzaam en ongelukkig kind. Tot ze Jan Broeckhoven ontmoette en ‘van de hel in de hemel belandde.’ Berthe wilde echter geen kinderen, Jan wilde ze wel. En, als ze niet toestemde, zou hij haar verlaten. Berthe ging overstag en kreeg drie kinderen. Diane werd geboren op de verjaardag van haar vader. Ze was zijn oogappel. Haar moeder was er jaloers op en accepteerde Diane niet zoals ze was. Ze was tegendraads, terwijl haar zus en broer - dé afgod van haar moeder - volgzaam waren en zich niet tegen hun moeder verzetten. Diane herinnert zich niet dat ze ooit op moeders schoot zat of gestreeld werd zoals haar broer. Diane worstelt zich los van haar ouders en wordt journalist in Haarlem. Ze trouwt, krijgt drie kinderen, maar haar huwelijk loopt uit op een scheiding. Dianes ex was juist haar moeders favoriete schoonzoon. Wie zou het ook kunnen uithouden bij iemand als jij? beet ze haar dochter toe. En: ‘Dat ik al zo lang als ik leefde een nagel aan haar doodskist was. Mater Dolorosa, Mademoiselle Nitouche en Juliette Gréco tegelijkertijd.’ Diane die als alleenstaande moeder met drie kinderen haar eigen leven leidt en haar moeder minder ziet, constateert: ‘Hoe groter de afstand tussen mijn moeder en mij, hoe beter we met elkaar konden opschieten.’ Als moeder op haar laatste benen loopt, ze is inmiddels 95, wordt ze steeds boosaardiger. Diane blijft haar bijstaan, maar het is stank voor dank. Het is nooit goed wat ze doet. In het laatste hoofdstuk ‘Wat volgde’, werd Dianes moeder begraven en las Diane een tekst voor waarin ze haar moeders levensloop beschreef: ‘Aan het einde van mijn elegie verklaarde ik haar publiekelijk mijn liefde […] Het was mijn laatste kans. En toch zou het me niet verbaasd hebben als ze tijdens mijn toespraak uit haar gepolitoerde kist was opgerezen om het vel papier uit mijn handen te trekken en te zeggen dat ik niet zo melodramatisch moest doen.’ Broeckhovens openhartige verhaal over haar moeder en de complexe verhouding met haar is niet alleen hartverscheurend, in de zin van een schreeuw om liefde, maar ook hartverwarmend, omdat Broeckhoven haar moeder - die hoe eigengereid, manipulatief en vlijmscherp van de tongriem gesneden ze onder meer ook was - liefdevol portretteert. Terwijl ze als jongste dochter veel te verduren kreeg en veel moest incasseren. Petje af voor Broeckhoven,  als dochter die haar moeder onvoorwaardelijk bleef steunen, èn als schrijfster van een bijzondere en fijnzinnige biografie over haar. Treffend is Broeckhovens citaat voorin het boek van Kafka uit (‘Brieven aan Milena’): ‘Ik ben moe,/weet niets en zou niets anders willen/dan mijn gezicht in je schoot leggen,/ je hand op mijn hoofd voelen/en zo blijven tot in alle eeuwigheid.’ 

Ellen de Jong  2016