Mazzantini, Margaret 2016

Margaret Mazzantini’s ‘Schittering’ is een onbeschrijflijk mooi boek

Guido is de enige zoon van welgestelde ouders. Hij krijgt te weinig liefde van hen en is een eenzaam kind. Hij groeit samen met Costantino in Rome op, in een appartementencomplex, waar de vader van Costantino conciërge is. ‘Onze hele kindertijd kwamen we elkaar tegen. Hij ging naar beneden, ik naar boven.’ Ze werden echter geen kameraadjes. Tot de puberteit kwam: Ze gaan op schoolreis naar Griekenland. Het werd een uitbundige week vol seksuele uitspattingen, grof taalgebruik en stoerdoenerij. In die week beleven Guido en Costantino hun eerste erotische avontuur met elkaar. Het afscheid viel hen zwaar, het was tot nu toe de mooiste week van hun leven. Ze willen niet naar huis terug. In ‘Schittering’, de recente roman van Margaret Mazzantini, uitgave Wereldbibliotheek, vertaling Miriam Bunnik en Mara Schepers, voert Guido het woord: ‘Mijn huis vervulde me met afschuw, ik had de vrijheid geproefd en wilde ervandoor, ik was een man.’ Van meisjes moest hij niets hebben. Als er een hem op een gegeven moment probeert te verleiden gruwt hij van haar: ‘Elke keer zal ik de rotte verbazing voelen van dit onzinnige ogenblik, de adem van dit onhandige meisje dat me probeert te verleiden door me in een vleselijke gedachte te trekken die al met al afschuwelijk is. Wat kan mij in godsnaam haar maagdenvlies schelen, haar onaangetaste modderput, wanneer mijn hele leven een woestijn van gebarsten klei is?’ Ondanks het feit dat zijn moeder vaak afwezig is, aanbidt Guido haar. ‘Ik bekeek mezelf gelukzalig in de spiegel om een druppel van haar schittering te zien. […] Het enige wat ik wilde was op haar lijken.’ Na hun examen moet Costantino in dienst, Guido wordt afgekeurd. Als ze elkaar weer zien is er geen houden meer aan en vinden ze elkaar in een heftig erotisch samenspel. ‘Dan was het dus de natuur, onze natuur, die tot uitbarsting kwam in de zoetste en goedhartigste uiting. We vonden elkaar. Zoals de wind die de wereld inricht, die haar met de grond gelijkmaakt en langzaam weer opbouwt. Costantino wilde het niet, en ik wilde het niet, dat meen ik me althans te herinneren.’ Ze durven niet uit te komen voor hun homoseksuele gevoelens in het conservatieve, katholieke Italië van de vorige eeuw. Hun wegen scheiden zich weer. Guido trouwt met de Japanse Izumi die een dochter heeft. Hij gaat op de universiteit in Londen lesgeven in kunstgeschiedenis. Costantino blijft in Rome, heeft verschillende baantjes, trouwt met Rossana en krijgt twee kinderen. Ongelukkig zijn beiden in hun huwelijk niet, toch blijven ze naar elkaar verlangen en zien ze elkaar van vele jaren weer terug: […] ‘ik weet dat hij me is komen opzoeken omdat hij het net als ik niet is vergeten. Net als ik was hij bang om te sterven zonder mij te hebben teruggezien […] Ik heb al die jaren geleefd in afwachting van hem, […].’ Ze spreken af op geheime plekken om de liefde te bedrijven. Na afloop zijn ze vaak eenzaam en verdrietig en twijfelen ze aan zichzelf en aan elkaar. Mogen ze wel zijn wie ze in diepste wezen zijn? Het wordt een moeizame en beladen verhouding, toch kunnen ze niet buiten elkaar en blijven hartstochtelijk naar elkaar verlangen. Naarmate de tijd vordert komen ze erachter dat ze echt van elkaar houden en samen verder willen, en alle schepen achter zich willen verbranden. Guido schreeuwt tijdens een auto rit met Costantino: ‘Ik hou van jou! […] ‘Het dak stond open, ik stak mijn bovenlichaam erdoor en schreeuwde naar de natuur, naar de struiken en het zand. […] alleen wij kenden die verschrikkelijke heimwee naar liefde, die eigenlijk heimwee was naar onszelf, naar onze diepste ziel. Dit was onze huwelijksreis, dertig jaar lang uitgesteld.’ Juist dan slaat het noodlot rampzalig toe. Mazzantini schreef een onbeschrijflijk mooi boek! Het zoeken van Guido en Costantino naar hun eigenheid en die van de geliefde, de vooroordelen en agressie die zij op hun pad tegenkomen, hun ruige en gepassioneerde liefdesverhaal, maar ook het leven dat ze als getrouwde mannen leiden, beschrijft Mazzantini in één woord: schitterend. In een dichterlijke, zinderende en originele taal die zij tot in haar vingertoppen beheerst. De vertaalsters vertolkten deze in prachtig Nederlands. De laatste zin van de roman: ‘Het leven balkt en galoppeert in zijn onophoudelijke schittering’, is daar een van de (vele) voorbeelden van.

Ellen de Jong  2016