Spit, Lize 2016

‘Het smelt’ van Lize Spit smaakt naar meer

De zevenentwintigjarige Vlaamse schrijfster Lize Spit debuteerde met ‘Het smelt’, uitgave DAS MAG. De lijvige roman waarmee Spit enorme furore maakte, speelt zich af in Bovenmeer, een Vlaams dorpje. Het verhaal ontrolt zich in het verleden en in het heden. Het tienermeisje Eva heeft het thuis erg moeilijk. Haar vader en moeder zijn zwaar aan de drank, haar zusje Tesje is wereldvreemd en haar broer Jolan staat ver van haar af. Tesje wordt door Eva’s vader vernederd en mishandeld. Eva is vaak somber: ‘Ik weet intussen dat er niets bestand is tegen dit gevoel, […] Het sluit me in, spant zich aan, maakt duidelijk dat ik op de verkeerde plaats ben.’ Ze maakt een afschuwelijke scène met haar vader mee. Hij toont haar op een dag hoe je een lus aan een houten balk moet bevestigen om je te verhangen. ‘Wil je dat ik het voor je demonstreer? […] Jij bent de enige die hiervan op de hoogte is. Zelfs je moeder weet van niets. Laten we dat zo houden.’ Haar moeder presteerde het op een quizavond zo dronken te worden dat Eva en haar vader haar in een kruiwagen naar huis moesten vervoeren, met de gewonnen kleurentelevisie op haar buik. Het boek begint met een uitnodiging die Eva krijgt om de dood van Jan, de oudere broer van haar jeugdvriend Pim, te herdenken. Eva, die al negen jaar in Brussel woont en er architectuur studeert en les geeft, besluit na haar geboortedorp terug te keren. Al ziet ze er tegen op met haar vrienden Pim en Laurens, waar ze al die jaren geen contact meer mee heeft, geconfronteerd te worden. Ze waren op de basisschool hecht bevriend en noemden zich De Drie Musketiers. Met meisjes had Eva weinig contact: ‘Zij zijn fijn geslepen. Ik niet, ik heb een botte punt.’ Ze neemt vanuit Brussel, op weg naar Bovenmeer, achter in haar auto, een plastic bak mee, gevuld met een gigantisch blok ijs. Haar buurman had een grote diepvriezer waar ze gebruik van mocht maken. Als tegenprestatie maakte hij seksueel gebruik van haar. Ze bevredigde hem zo vaak hij maar wilde. Tijdens de rit naar haar dorp herleeft Eva haar complexe jeugd en vooral die vreselijke zomer in 2002. Pim en Laurens bij wie de seksuele gevoelens de overhand kregen, kwamen op het idee om een, zo bleek later, uitdagend en wreed spel te spelen. Het spel, dat Spit breed uitmeet, loopt volledig uit de hand, en heeft onuitwisbare gevolgen. De vriendschap is voorbij. Eva weet dat ze op deze ijskoude 30 december dag wraak moet nemen. Ze hoopt dat het ijsblok in haar auto niet smelt. Zal haar wraak zoet zijn? Spit beschrijft in een meeslepend tempo de wantoestanden in Eva’s familie in het troosteloze dorp waar ze zo triest opgroeide. Met  dezelfde vaart verwoordt ze Eva’s vriendschap met de twee jongens die  goed begon en rampzalig eindigde. Tevens legt ze zonder enige aarzeling de karakters van haar beschadigde personages bikkelhard bloot. Het einde is fabuleus bedacht. De laatste zin: ‘Het zal enkel nog van betekenis zijn dat ik hier gestaan heb op deze eerste barre dag in een verder milde winter’, roept niets naars op, maar je krijgt er kippenvel van als je de ijzingwekkende voorgeschiedenis kent. Spit kan schrijven, dat staat als een paal boven water. ‘Het smelt’ smaakt naar meer.

Ellen de Jong  2016