De Meister, Marie 2016

Zoeken naar een Moeder op Afstand in ‘De stilte van Thé’

Sophie Keller groeit op bij haar ouders: moeder Toosje en vader Karel. Als ze achttien is krijgt ze te horen dat tante Thé - die dood gezwegen werd - haar echte moeder is. Ze koos voor een leven in het klooster en sloot zich aan bij de zwijgende nonnen in Duitsland. Sophie’s wereld stort in. Ze heeft dus een ‘Moeder op Afstand, haar MoA.’ Later begrijpt ze waarom haar ook niet echte ‘vader’ Karel jaarlijks naar Duitsland ging voor zijn zogenaamde retraite. In de roman ‘De stilte van Thé’, uitgave Ambo|Anthos, maakt Marie de Meister de lezer stap voor stap deelgenoot van Sophie’s verwarring, verdriet en woede. Ze verlaat haar ‘ouderlijk’ huis en gaat naar Amsterdam. Als haar gevraagd wordt wie haar vader en moeder zijn antwoordt ze: ‘Mijn ouders zijn allebei dood. Zij is bij mijn geboorte in het kraambed gestorven en hij heeft zich daarna van verdriet verhangen. Ik ben opgevoed door een oom met losse handjes en een tante die hem zijn gang liet gaan.’ Aan haar vriend Baauwe vertelt ze dat ze met haar pleegouders Toosje en Karel op een boerderij opgroeide, te midden van een hele stoet kinderen.’ Sophie gaat carrière maken als journaliste en ze wordt een succesvolle televisieverslaggeefster: ze kon vlijmscherp interviewen. Als ze in de veertig is moet ze een reportage maken over een vrouw die ten einde raad is. Ze is in een kindertehuis geboren en als adoptiekind afgestaan aan ‘zwijgende nonnen.’ Sophie is daarna totaal van slag en kan zelfs niet een tijdje meer praten. Baauwe is ten einde raad. Hij voelt dat Sophie wat achterhoudt en hij dwingt haar herhaaldelijk open te zijn over haar afkomst. Maar ze wil de waarheid niet vertellen, want ze heeft ook tegen hem gelogen. Ze is bang dat hij zal vertrekken. Ze besluiten in een molen op het platteland te gaan wonen. Daar in die rust zoekt ze voortdurend antwoord op haar vragen die onafgebroken door haar hoofd spoken. Waarom is haar moeder het klooster ingegaan en waarom was er in haar leven geen plaats voor haar kind? Waarom wil ze haar niet zien? En wie zou haar vader zijn? Het is een lang en moeizaam proces dat ze door moet gaan, waarbij ze zich wel realiseert hoe liefdevol Toosje haar opvoedde en haar nooit het gevoel gaf dat ze erbij hing. Op een gegeven moment weet Sophie welke weg ze nog moet gaan om los te komen van het feit dat ze een ondergeschoven kind is. De Meister weet van het begin tot het eind te boeien: door haar knappe opbouw van Sophie’s verhaal, haar zuivere taalgebruik, en haar vermogen zich intens in te leven in haar personages. De ingelaste briefwisseling tussen Thé en haar zus Magda die ook voor het kloosterleven koos, maakt ‘De stilte van Thé’ extra voelbaar.

Ellen de Jong  2016